Der Verweis
„GBNW“ in den nachfolgenden Texten deutet auf das Buch:
„Aus der
Grafschaft Bentheim in die Neue Welt 1640 – 2002“
Zurück
zur homepage von Pastor Dr. Beuker
H(endrik)
J(an) Albers (22.02.1815 Hoogstede – 16.03.1878 Overisel, MI) aus Hoogstede
verheiratet
mit Fenna oder Fenne Laarman (03.09.1818 – 01.01.1896) (GBNW 181),
urspr. Wohnort
Haftenkamp
„Aus der
Grafschaft Bentheim in die Neue Welt“ (=GBNW)S. 113 sowie S. 272-273.
Geliefde Vrou
Heden ontving ik twee in gesloten brieven
die U op den 2 en op den 23 September geschreven hat van u en mijn zoon en
Staats. Ik heb daarin gezien, dat, tot mijn harten droevigheid, dat Vader
gevallen is en wel zeer slim. Ook zie ik dat hij tog weer aan het betern is. Ik
wenste dat hij spoedig weer herstelt mag worden, en dat het hem mogte verbinden
aan den Heere zo dat men hieruit kan opmerken hoe schielijk dat men op geroepen
kan worden na die Euwigheid.
Ook hab ik gezien, dat nu alles verkogt
is, en dat de zaken zo vere zijn afgelopen. Gij moet het nu al bekent maken,
dat u het huis wil verkopen met de mate (=Moate) en een wiede geregtigheid, en
gij moet het op 3.500 gulden aan houden en het stuk land als ik ziet dat het
grote stuk 625 gulden heeft op gebragt, dan is het 300 waard. Dog als gij twe
(=200) kunt krijgen, doet het weg. Gij moet u linnen doek (en) wat linnen gij
niet in rollen hebt, medebrengen. Wat gij in (rollen hebt) dat verkoopt. Ook
laat voor de jongens ieder een jasse (meebrengen?) en elk een lakense bouse /
bosche? zo dat zij zig Sondaags hier g(ekleed?)
kunnen. Bedde met verent laken en zijn
toebehoor brengt mede …
ze ja van alles opgegeven, om de inkomende
regten, daar zal ik mij (nog?) met helpen. En laat wat Kleer voor de jongen
maken van Pels om op het schip te
gebruiken. beuze, die verkoopt en laat er Kleden van maken. En Vader moet gij
een goede Pijakker laten maken.
Geliefde vrou, schept maar moet en
vertrouwd op God, dan komt alles weer te regte, en haast u, om klaar te worden,
dat gij niet zo u mij schrijft, Mei eers daar wilt vertrekken, zo vroeg gij
maar kunt. Als u in february weg kan, is beter voor u dan later, als het warm
op zee word, dan is het zeer ongezond. Dus zorgt daar voor, dag gij tegen tijd de zaak in orde
hebben. Als zij u bruitschat willen uit betalen, dan moet u wel 1.500 gulden
hebben, maar duizent voort (=sofort) is nog nog beter, dan vijftienhondert, die
volgen zullen. Dus ziet het zo goed te schikken als mogelijk is, en bewaard de
gelden goed. Het gelt heef hier een grote waarde. aan den Amtsvoogt Bril heb ik
geschreven en zal er nog weer aan schrijven, dat hij u behulpzaam is. Wat is
hier in dit zomer veel volk gekomen, en er zijn verscheiden Plaatsen verkogt als
ook veel land. Gij schrijft, dat u wil op de stoomboot komen. Maar Geliefde
vrou, dat kost ten eersten zo veel gelt, dat zal u met de kost ider Persoon wel
zo 150 gulten komen. En als u op een zeil schip gaat, denk ik, dat
Rückseite:
gij van de Persoon om de f 60, zegge
sestig gulden betaald. Dus is dat een groot verschil en wat het gevaar
aanbetreft, is nog beter op een zeil schip dan op de Boot. De Boot gaat er in
18 / 20 dagen over, de Zeil Schepen in 28 ot 38 dagen zo de wind is. Zou u voor
die overige dagen zo een Kapitaal geven? Ik zou u raden op een zeil Schip. Ik
zal u van Newyork afhalen met de grootste blijdschap en als gij hier zijt, is tog beter , dan is u uit alle die
moeijelijke omstandigheden weg en voor onze Kinderen is het een groot geluk als
die hier zijn, want wat zal er in Europa van worden? Niets anders dan in een
bekrompene toestand te verkeren en hier
kunnen zij te regte (Formatierung gjb). Zij kunnen zig zelfs in korten
tijd zo veel verdienen, dat zij een grote Boerdereij in Bosland? kunnen kopen,
en zo zijn zij in korten tijd met alle in orde.
Engels moeten zij alle leren. Hier is de
hooftaal Engels, maar zij kunnen hier ter School gaan zonder Kosten. Zij kunnen
leren, waar zij zin in hebben tot domenie of dokter in de mediesijnen, wat zij
maar verkiezen. Alle Kosten worden van den Staat betaald.
Op die brief, die ik hier afsture, moet ik
10 St. 4 duite bij doen, en die ik van uw krijg, 7 St. 4 duite, als zij niet
over het gewigte zijn, zijn (? zij over) het gewigte, dan kost een brief een
halve dolla of 1 guld 5 St.. (? tot nu toe?) ik krijg de brieven goed van u.
(?Geliefde vrou?), mij dunk, gij moet die
tijd Pas kunnen afwaagten, dat
(?dan kommt??) gij naar mij toe. Wat is
dat tog een vreugde als man en vrou (?te mogen?) zijn, en dat zo in
eensgezindheid te leven en dan heeft (?U niet) die zorge als nu. En die reis
behoeft gij niet tegen op te zien. Als u maar eens daar van de famielie af is.
Maar mij dunk, u liefde na de man zal meer trekken dan alle vrienden. Ik heb u
Kaa(r)tjes gestuurd, ook op gegeven, wat u voor levens middelen mede hebben
moeten. Dat moet U mij schrijven, of u die ontvangen heeft.
Verder kan ik u niet schrijven als dat ik
fries en gezond ben en alles wel is, en dat ik die tijd om u aftehalen met
vreugde afwagte.
Laar mij twe Paar Stevels maken en goede
zolen met Piggen en voor de jongens alle Stevels, elk een Paar. Wil u haar een
Paar Schoenen toe laten maken, die zij onderweg gebruken, dat is goed.
Bijzonder kan ik u niet schrijven. Ik hope
en wenste, dat gij alle te samen in een goeden welstand zijd bij ontvangs deze
mijne letters en dat vader ook weer mogte herstelt wezen.
Ik heb den eenen brief al wat liggen om
dat ik deze brieven verwagte. Dat ik u niet hat geschreven, dat ik de galkoorse
hat, is die reden. Om dat ik het in den brief aan Neerken gemelt hat, en dan
dagte ik, u word het wel wijs, en ik was tog Spoedig weer herstelt.
Ik breek voor deze Keer af met Schrijven
maar niet met het hart.
Ik groete u alle te samen vrieden en
vriendinnen en bijzonder zijt Gij Geliefde vrouw en Egtgenoot gegroet en vader
en alle mijne kinderen
Diese Briefe sind wie viele in jener
Zeit ohne Punkt und Komme geschrieben. Satzzeichen habe ich zum besseren
Verständnis ergänzt, GJB
Brief von Arend Jan Neerken (27.09.1817 Hoogstede –
1911 Graafschap, MI)
Eltern. Nicolas Neerken und Ale Wiggers, altref.
Partner: Truijte Lahuis
Schwager von Jan Wiggers und Bruder von dessen Frau
Geesje Wiggers
eingew. 23.05.1847 (auch Berend Jan genannt)
GBNW 198, 275, 378-379
Aan Hindrikjan Neerken
Geliefde Broeder, ik vat de pen op om aan
u eenige regelen te schrijven. ik had dat al lang gedaan, wat het niet, dat ik
altijd Schreef aan de geheele family. daar was gij met in begrepen, maar het
verwondert ons, dat gij zelfs nog niet aan ons geschreven hebt. wij hebben
onzen jongsten Broeder nog niet vergeten, en wij hebben met blijdschap van u
gehoord uit den mond van F. Zagers en zijn vourw, dat het met uw toestand na
het ligchaam toen zij van u vertrokken nogal tamelijk wel was en wij hopen dat
de Heere u bij het klimmen der jahren mag na bij wezen en u na ziel en ligchaam
mag sterken en schragen. gij zijt de Enigste die nog in het ouderlijke huis
gezin zijt sinds mijn vertrek in 1847.
Seite 2
Wat eene verandering in die 36 jaren dat
is de gewone weg met het menschelijk geslagt, het leven des menschen word
vergeleken bij een damp, die voorbij gaat en daarna verdwijnt. maar het is zo
gewigtig, om dat het de tijd is van voorbereiding voor de Eeuwigheid waar het
leven Christus is, daar is het sterven toch gewin. en daarom geleiefde Broeder
is het mijn wensch en bede dat de Heere die goed is, ons die genade mag
Schenken, dat wij wakende en biddende den tijd, die ons nog vergunt word tot
zijne Eer en onze zaligheid mogen besteden, opdat wij bereid mogen wezen tegen
de ure als wij van hier zullen weggenomen worden. Wij zijn bevoorregt met de
Genade middelen boven zo veele duizende, die er van verstoken zijn, dat wij het
dankbaar erkennen mogen, door een aan God gewijd leven.
S. 3
Van onzen toestand tegenwoordig heb ik
reeds het een en ander geschreven en daarom zal ik hiemede einigen. ik hoop,
dat u deze letteren in goede welstand ter hand mogen komen en dat gij eens
Spoedig van u en van den toestand der Family aan ons schrijft. nog is mijn
verzoek, dat gij de groetenis doet aan alle vrienden en bekenden, Bijzonder aan
uw huisgezin. laat Klaas mij eens Schrijven en aan Schievink en zijn vrouw onze
oudste zuster en Kinderen. Mr. Schievink heeft een drukken werkkring anders zou
hij nog wel eens schrijven. vergeet vooral H. Koster en gezijn, GJ Wesselink en
gezin en vooral Hm. Lahuis en gezhin en Ds. Beuker (niet). die is mij nog een
brief schuldig van jaren herwaarts toen ZEW nog te Giesendam was. in summa groet
ze alle van ons en van Berendjan en zuster Fennechien en blijf met agting
gelijk altijd uw lieffe Broeder A.J.N.
S. 4
Adress: An Mr. A.J. Neerken,
Graafschap
Geliefde Broeders, Zuster, Oom en Kind
Wij hebben uwen Brief door God’s goedheid
tot onze blijdschap in gesondheid ontvangen. wij hadden toen ook jeust een
afgestuurd aan U of gij dien ontvangen hebt weten wij niet. wij hebben onlangs
aan Wesselink geschreven, dat wij U patretten zouden sturen zonder brief. toen
meende nwij, dat wij er maar tew in doen konden, en nu knden er drie in voor
den Zelfden Prijs. maar dan moeten zij los blijven en niet bij de brief in, en
hebben haar dire gestuurd, een voor haar, en een voor Kaalmink en een voor Riefheus,
en Zullen er U ook dire sturen, een aan U en een aan Broeder B.J. en een aan
L.B.-oom.
Seite 2
en verzoek U vriendelijk ons te schrijven of
Gij ze goed ontvangen hebt en of Gij Ze kennen kunt. Klaas Gij schrijft, of ik
hier wel wezen mag en of ik hier goed in mijn schik was. ik mag hier wel wezen
en ben ook goed in mijn schik en heb het hier ook heel goed, hoewel mijn gemoed
wel is vol word als ik aan mijne lieve Familie denk, omdat gij ons en wij U
in’t geheel niet kunnen bezoeken. dat valt mij soms nog wel hard. spijt heb ik
er tot hiertoe nog niets van gehad, en kan ook niet anders Zien of het was de
weg voor mij zoo, en het is mij ook tot een groten troost dat wij hier nog
famielie hebben. zij zijn altijd even goed op`t schik, niet alleen de Ooms maar
de Tanten ook. Tante Alberts heeft voor een tijdlang ook bij ons geweest. zij
Seite 3
was toen nog goed vlug. weest van haar
gegroet. daar zijn wij meer dan drie uren af. dat wij land gekogt hebben, zult
Gij misschien wel weten uit de briefen aan W. en K. voor 1000 en 50 Doller
(1050, gjb) met een heus en schuur. wij zijn van B.J.-oom en A.J. oom wenig
verder als wij daar zijn als van hie. het Adres blijft zelfde. Jan Eisen heeft
gistern nog bij ons geweest. zij waren nog goed gesond. wij hebben er ook een
dag heen geweest. H.N. (M?) nu wil ik ook nog een paar woorden aan U schrijven.
het was mij heel aangenaam, dat Gij ook nog een wenig geschreven had en van
kleine LBT Gij schrijft dat Gij wel een
Patret wildet sturen alszij er alleen op stonden. als Gij er een meer van van
krijgen kunt als voor U zelf
Seite
of er dan andere Kinder bij op staan, dat
is niets, en al Gij het loslaat en niet zoo een zwaar kophet om doet kost het
niet veel als Gij kunt, stuurt ons maar een en dan moet Gij het uwe ook is
sturen en zoo ik een dag met U zou kunnen sprken, Zou ik u veel kennen vertellen,
maar om alles te schrijven, word het papier al weer te klein. nu Geliefde LGT
als gij kunt, moet gij ons maar schrijven of het niet zoo moi is, dat is niets,
dan moet Gij schrijven, hoe het met H.J.-oom is, die is ja gevallen of dat weer
beter is dat willen wij gaarne weten. B.J. Gij moet het schrijven ook niet
geheel vergeten. er Zijn nu tog avonden en Gij kunt mij er me verblijden. nu
moet ik schleuten. Zijt alle Hartelijk van ons gegroet.
Doet de groetenis aan alle onze Broeders
en Zusters, Ooms en Tanten, Neven en Nigten
Janna Overweg geboren Meppelink
geb. 26.08.1867 in Emlichheim, verstorben 19.05.1924
in USA
Eltern: Jan Meppelink und Sena Wubben.
Partner: Derk Overweg
Wohnort: Emlichheim,
eingew. 15.04.1893
in
ship: Obdam (GBNW S. 194)
Geachte vamili Neerken!
Tans set ik mij is neder om u een letter
of wat mettedelen, ja het is waar, zeer lang gewagt, en toch nog niet vergeten,
maar ik heb nog wel veel aan u gedagt, toch het is nalatigheid, dat ik u niet
ehr geschreven heb, en dat moet gij mij vergeven, nu wij zijn alle goet gesond
en tevreden en hopen hetzelfde ook van u al te zamen, ja lieve vrinden wij zijn
hier nu bijna 1 ½ Jahr in Amerika, en de Heere die ons hier in welzijn
heeft gebracht, houd nog niet op aan ons
weltedoen, het gaat ons hier goet, en wij zijn allen ook tevreden, in Amerikda,
H. en G. zijn bij G. Moeke (GJB: Geert
Moeke, 1852 in Vorwald geb., 15.06.1929 in Borculo verstorben, verh. mit Sena
Meppelink, 15.04.1880 aus Vorwald, Eltern: Albert Moeke und Getr. Klingenberg,
altreformiert, GBNW S. 196) voor knegten en verdienen goet, Gretien is er
ook altijd geweest en heeft daar 26 (?) Dollers verdient, zij is nu al 3 weken
in huis geweest bij mij en moeder en
blijft desen winter ook bij moeder, ik ben
altijd bij haar geweest, maar nu zal ik haar gaan verlaten, ik ben verleden
week getrouwt, en int hat laatst van deze week gaan wij naar ons huis, dat is
hier een half uhr van af, en düs ook een half uhr van de kerk, want wij wonen
nu bij de kerk, in Moeke zijn niew huis aan den winkel daar kan moeder en
Gretien desen winter vrij in wonen, ons huis is nog niet klaar, het moeste
tegen 1 Okt. klaar zijn maar de timmermann heeft niet voortgemaakt, het trouwen
konden wij niet goet langer me(er) uitstellen omdat onse Domine een week of 6
weg gaat na het westen, ik ben nu 27 Jahr oud en mijn man is 26 Jahr, zijn naam
is D. Overweg zijn vader was van Overijsel, Nederland, en zijn moeder was van
Boukam, Vorwald, en hoewel het hier veel ongesonder is als bij u, toch ben ik
hier veel sterker, en ben bijna
nog niet verkouden geweest, ik kan er niet
genoeg dankbaar voor wesen, o dan moet ik so vaak zeggen wat ben ik Heere dat
gij mijner nog gedenkt en wat onderscheid ons van andere die met onheilen en
smarten moeten wors(t)elen daar nu toch dezelfde sondaren zijn an als ik zie op
mij zelven en op mijne zonden, o dan moet ik zeggen onrein, onrein van het
hoofd tot de voeten toe en dan word het ik heb gesondigt en gedaan dat kwaad is
in uw oog dies ben ik Heer uw gramschap dubbel waardig, het zou ewig mis wesen,
was Jesus niet gekomen, maar nu is er hope en redding voor een arm zondaar, en
dat is ook mijn troost dat er genade is beloofd, en Gods woord is Jan en Amen,
ach ik heb so veel te klagen dat ik so nalatig ben, en so ontrouw, en dat het
willen er nog wel is maar het volbrengen dat vind ik niet, ja het staat niet te
denken dat wij elkanders aangezicht hier weer zul-
len aanschouwen, toch mag ik bij ogen
blickken hopen, dat ik met u een hope hebbe op een beter leven en dan wensch ik
u weer te zien om daar met al Gods kinderen den Heere volmaakt te dienen, so
laat ons dan veel zoeken de dingen die boven zijn waar Christus is, en niet die
op de arde zijn, ik denk nog wel vaak aan de gemeente te Emlenkamp, wij hebben
Domeni Beuker hier eenmaal gehad toen ?1624?) heeft hij hie een avend gepredikt
en toen was het ons, al(s) waren wij in Emlenkamp in de kerk toen hebben wij
met hem gesproken, hij kende ons goet en was blijde dat hij ons zag, bij Jan
Wiggers en Gesien ben ik een ker of drie geweest, die hebben het goet en Gesien
heeft een goet leven, zij hoeft niet so veel te doen en zij kunnen hier wel
goet weesen, en zij mag hier ook wel wesen, maar praat nog wel veel van haar
vamilie, nu schrijft mij is spoedig weer, en wagt niet so lang als ik gedaan
heb, hoe is het nu met H.J.oom en met Berendjan is die goet weer van zijn kwaal
genesen, en hoe gaat het u andere vamilie nog doet hen alle de groetenis en ook
schulte van Esche en veltmann en aan Bloemendal, en vergeet het weerschrijven
niet, hopende dat u dit weinige in gesundheit zal aantreffen moet ik sluiten
met hartelijke en minzame Groete van, die zich met achting noemt üwe geliefde
vrindin
Geliefde Broeder en Zuster, Oom en Kinder,
Ik voel mij gedrongen om enige letteren
aan Ulieden te schrijven en laat U weten dat wij door Gods Goedheid nog gesond
zijn en hopen hetzelfde ook van U. Wij hebben gezien in de brief van Kaalmink
dat U Evert ziek geweeest was en weer aan het beteren was en nu hopen wij dat
hij nu weer beter is. Ik moet nog wel veel aan Lembertsoom denken, dat hij nu
ook al weg is, en was blijde dat gij ons van zijn ziekte hebt medegedeelt. Dat
wil men dog zo gaarne weten de tijd gaat zo ras heen.
Zo het einde dan maar vrede mag wezen.
Daar komt het op aan. De Famielie hier zijn zo ver wij weten gezond. Schrijft
ons eens of Gij ook nog dienstboden hebt. Laten Uwe kinder ons ook eens
schrijven. Wij kunnen nog wel Deuts lezen. Nu geliefden wij zijn van plan, om
Uw onze patretten te sturen. Wij sturen U drie. Dan kunt gij een afnemen en de
andere beiden verzoeken wij u om aan Kaalmink te geven. Daar is een oud bij,
dat was haar verbrand, en aan de anderen sturen wij ze een paar dagen later. En
dan hopen wij dat gij ons schrijft of gij ze ontvangen hept. En dan stuurt uwe
patretten ook eens over . Dat wilden wij zo gaarne hebben.
Dokter Beuker gaat het hier wel goed. Hijf
heeft het druk. Er word hier nog wel veel van gehouden. Zijne Moeder is nog wel
soms bij hem. Maar dezen winter is zij bij D. Robbert. Ik heb haar van somer
een keer gesproken. Zij was nog droevig over het verlies van haar man. Ik heb
haar belooft, om is bij haar te komen bij haar zoon. En dat hoop ik ook te doen
bij gezondheid. En dan zijde zij wilde zij ook bij ons komen. Zij was zeer
virendelijk. En dan schrijft ons ook hoe het nog met H.J.oom is. Hiermede zal
ik voor dit keer eindigen. Zijt dan allen hartelijk van ons gegroet en doet de
groetenis van ons aand e broeders en zusters, ooms en tanten, neven en nigten
en Wilmoom Neerken.
Zijt nogmaals gegroet.
Rückseite:
Geliefde Broeder en Süster,
Om Ü ook nog enige Woorden te schrijven,
is tans mijn doel. Het is hier enige Weken streng oud geweest, er er ligt ook
veel Sneeuw. Nü kan men nog beter wagten te schrijven. Dezen Somer heeft het
hier veel gedroogt, zodat het Verbau er niet meerder door was. Anders is het
voor de Boeren hier nü beter als voor enige jaren. Stadt Holland wordt veel
aangebauwd en er komen meer Fabriken. Er is ook een Süiker Fabriek gekomen en
de Süikerbiets künnen de Boeren verbauwen. Daar wordt de Süiker van gemaakt.
Sij gelijken veel op Mangelwortesl, maar sijn wit en soet, en die worden nog al
goed betaald. Bijsonders weet ik U anders ook niet te schrijven. Onse
HindrikJan is goed vlüg en gaat naar de School. Schrijft is waar of Oom
Schievink is en of sijn vrauw nog leeft. Wij hebben hier een niuwe Doomnie
gekregen. Sijn naam is Kuipers. Die kan ernstige preken doen, en daar heeft men
so behoefte aan. De Godsdienst is van so groot belang. Indien men het leven
darin soekt, dat gaat het altijd goedt. Nü sijt allen Hartelijk van ons Gegroet
en groet Broeders en Süsters van ons. Schrijft spoedig weer.
Gedruckter Kopf von
Arend Jan Neerken
Office of Gerrit Neerken Siehe
Kopf oben bei 1883
Notary Public. with seal.
Geliefde Neef K. Neerken en gade.
Wij hebben het berigt ontvangen van het
overlijden van
zoon Evert. wij Simphatizen met u en weten
bij ondervinding
wat het is kinderen te verliezen. Wij
hebben genadigvn God
nodig om met Job te zeggen de Heere heeft
gegeven en
de (Heere) heeft genomen en het is onze
wensch en bedet dat de
Heere u.l(ieden) dat schenke om getroost
en te vrede te zijn met
de weg die God met ons houd ik zou wel
meer willen
schrijven mar de hoge ouderdom en de zwakheid
des
vermogens laten het niet toe en stelt u te
vrede met
dit wenige en ontfangt onze hartelijke
groeten en blijve ik
met agting uw liefhebbende Oom en Tante
Gedruckter
Briefkopf:
State of Michigan, Senate
Mr. Klaas Neerken, Bathorn, Europa
Geliefde Vriend: -
Zou het te veel gevraagd zijn om u te
vragen voor eenige inlichtingen, aangaande de nalatenschap van Willem Klein
Neerken – overleden –
Eenige van de familie hebben mij verzocht,
om informatie intewinnen, aangaande zijn testament indien hij een nagelaten
heeft en hoe zijn goederen verdeeld zijn, en daar ik met uw zusters vrouw van
jan Wiggers er over sprak, zijde zij dat – uw person mischien mij zou kunnen op
de hoogde helpen?
Ten Eerste – Was er een Testament- ?
“ Tweede – Wie zijn de erfgenamen?
“ Derde – Wie is Weesrechter?
“ Vierde – Wat was zijn vermogen?
En eenige verdere informatie zal zeer
geschat worden. Excuseer mijn Hollandsch schrijven – danken uw bij voorbaat. En
indien er onkosten met verbonden zijn wij willen die betalen.
De uwe
Luke Lugers
Geliefde Vrienden.
Wij laten U weten dat wij doorGods
Goedheid nog gezond zijn en hopen hetzelfde ook van U. Ik heb alang aan Ulieden
willen schrijven en hoop het nu te doen. Wij hebben in Uwen brief gezien, dat
Lambertus Ziek geweest was, en wij waren blij dat Hij weer Hersteld was. De
Here is zo Goed en zo wijs in al Zijn doen. Mogten wij Hem dan ook …(danken?)……
voor al het Goede wat Hij ons schenkt.
Geve de Heere dat wij voor Hem mogen leven
en dat de Kinderen mogen opgroejen in de Vreze des Heren. Gij hebt ons
geschreven dat uw Zoon Steven in Kampen op school was
Hij heeft ene goede Keuse gedaan en wij
hopen en bidden, dat de Here Hem voorspoedig Zal maken en dat het moge uitlopen
tot Eere Gods en tot Heil van Zondaren. Hoe is het met H.J.oom. Als ik aan Hem
denk, ben ik altijd blijde, dat de Hij den Here Vreest. Gijd zult wel denken,
waarom wij neit meer schrijven. Het is voor mij moeilijk. Ik heb nog veel te
doen. En als ik er dan op toeleg, om te schrijven ,dan komt er weer een of
ander, en ik kan dan tog niet schrijven. En Avonds kan ik niet goed Schrijven.
En Jan is nogal druk en Hjan is altijd niet te Heus, s’nags wel. En ook wel
sommige dagen, en Hollands schrijven kan Hij niet goed.
Geliefden schrijft spoedig weer terug. Dat
zou ons verblijden, en zijt allen in liefde van ons gegroet en nogmaals van Uwe
zuster
Lambertus en Vrou wild gij ons ook eens
Schrijven en uw Patret sturen. Wij wilden Geertreuda ook wel is zien en de
Kinderen en van Jan Bierlink en Zijn Vrou en Kinderen wilden wij ook wel is een
Patret hebben. En ook wel een brief.
Den brief van Broeder L.B. hebben wij
ontvangen, en van Kaalmink ook.
Wij hebben Gerrit Zager gesproken. Hij
heeft ons nog wel van een en ander verteld en heeft gezegt, dat Hij ook bij U
geweest was. Ik moet sluiten. Zijt nogmaals van ons gegroet en doet de
groetenis aan de Broeders en Zusters en aan Jan Bierlink en Vrou en verdere
Famielie en aan Jennegien Sloot? en aan Steven.
Geliefde Famielie Neerken,
Het was al lang mijn voornemen, aan U te
schrijven, omdat ik wat zwak in het hooft ben, is het schrijven wat moeijlijk
voor mij. Wij hebben Uwen brief wel ontvangen en daarin gezien, dat de Vrouw
van Hindrikjan Overleden was, het is een Groten Troost, dat Zij de Hope des
Ewigen Levens deelagtig was. Daar komt het zo op aan. Geve de Here, dat H.J.
daarin moge berusten. De brief van Jan Neerken hebben wij ook ontvangen, en
later zagen wij in de Grensboden, dat hunne beide Kinder Overleden waren. Doet
het de Groetenis van ons. Wij hoöen ook eerlang aan hen te Schrijven, zo de
Here wil en wij leven. Op nieuw wierden wij weer bedroeft, daar wij zagen in
de brief van de Vrouw van onzen Geliefden
Broeder Lambertus, dat Haar Man overleden was. Wij hadden niet gedagt, dat zijn
einde (des) levens zo nabij was. Het is zeer verblijdend, dat wij mogen
geloven, dat het Sterven Hem ge(winn) was. De Here doet was Hem welbehagelijk
is. Het is zo een groten zegen, dat wij onder de waarheid leven. Geve de Here,
dat wij de waarheid mogen liefhebben, dan zal de waarheid ons eenmaal vrij
maken. Geliefde Neef en Nigt, ik dank U Hartelijk voor U schrijven aan ons. Zo
Gij kunt Schrijft nog is weer, dat zou ons verblijden. En doet de groetenis aan
de Famieli en Uwe Broeders en Zuster. En Zijt allen hartelijk van ons
gegroet.
Zur
Verdeutlichung der vorhergehenden Seiten folgt ein Beitrag aus dem kommenden
Buch (erscheint Anfang Juli 2002) “Aus der Grafschaf Bentheim in die Neue Welt
1640 – 2002. Geschichten und Daten von Auswanderern und ihren Nachkommen“ S.
378-379.
02Neerken.doc
Arend Jan Neerken wurde am 27.
September 1817 geboren als drittes Kind von Nicholas Neerken und Ale Wiggers in
Bathorn, Gemeinde Hoogstede, Landkreis Bentheim, ehemals Königreich Hannover,
heute Land Niedersachsen, Deutschland.
Im Alter von 29 Jahren
wanderte er zusammen mit Landsleuten und Verwandten dieser Region nach Amerika
aus. Alles in allem waren es 70 Personen, die am 15. März 1847 nach Rotterdam
in die Niederlande aufbrachen, um dort an Bord des Schiffes „Antoinette Marie“
zu gehen. Am 4. April1847 setzten sie Segel und kamen am 23. Mai 1847 in New
York an. Einen Monat später, am 20. Juni 1847, kamen sie in den Wäldern von
Michigan an und schlossen sich der Gruppe von Pastor Van Raalte an, die sich
hier schon einige Monate vorher angesiedelt hatte.
Arend Jan reiste mit seinem
künftigen Schwager Kasper Lahuis aus Vorwald. Dieser Kasper hatte Talent zum
Schreiben. Er verfasste einen Bericht über der Reise von dem Zeitpunkt an, als
sie die Grafschaft Bentheim verließen bis zu dem Tag, an dem sie in den Wäldern
von Michigan ankamen. Er schrieb zwei Geschichten, eine über die Schiffsreise,
die andere, was sie mit dem riesigen Wald machten. Die letztere Geschichte
erschien 1893 in einem biographischen Beitrag.
Nach Aussagen eines Enkels,
hatte Arend Jan einen Bruder und zwei Schwestern hier in Amerika, die etwas
später kamen. Sein drei Jahre jüngerer Bruder kam im Jahre 1870, 23 Jahre
später. Er war 50 Jahre alt und heiratete eine entfernte Verwandte, Zwaantje
Kropschot, die Witwe von Gerriet Jan Speet, die einen landwirtschaftlichen
Betrieb auf der 147th Street in Graafschap besaß und Mutter einiger Teenager
war. Bis heute hört man, welch ein guter Vater und Großvater er in der Familie
Speet war – er hatte keine eigenen Kinder.
Fennegje, die Schwester, 1830
geboren, heiratete Gerriet Bosch. Er stieg vom einfachen Hufschmied zum
Industriellen auf. Die Familie besaß zum Schluss den Bosch Machine Shop und die
Western Machine Tool Works (Werkzeugmaschinenfabriken) an der 7th Street in
Holland.
Fennegjes Schwester Geesje
soll Jan Wiggers geheiratet haben. Es wurden bis jetzt noch keine verlässlichen
Daten darüber gefunden, wir suchen noch weiter. Arend Jan Neerkens Frau Truitje
geb. Lahuis wanderte 1848 ein. Sollte sie mit einem anderen verlobt gewesen
sein, dann war es höchstwahrscheinlich mit G. Nakken. Es wird berichtet, dass
sie ihn auf Staten Island (in New York) zurück gelassen haben, ohne jemals
wieder etwas von ihm zu hören.
Ein bewegender Bericht über
die Beerdigung von Arend Jan Neerkens Tochter Anna findet sich in dem Buch
„Eine Stimme von Amerika über Amerika“, Seite 38f von Pastor R.T. Kuiper aus
Graafschap, Michigan aus 1880.
Arend Jan Neerken und seine
Familie gehörten zur Central Park Reformed Church in Holland, Michigan. Am 23.
Mai 1911 starb er nach einem langen und fruchtbaren Leben.
Seine Ehefrau Truitje Lahuis
wurde am 26. Juli 1824 in Vorwald als Tochter von Berend Lahuis und Geesje Beld
geboren. Truitje und Arend Jan hatten sieben Kinder. Drei starben im
Säuglingsalter, das kam früher häufig vor.
Die Überlebenden waren:
Nickolas 1851 geboren, Benjamin 1853 geboren, Anna 1855 geboren und Gerriet
1863 geboren. Truitje Neerken geb. Lahuis starb am 21. Juni 1910 im Bezirk
Laketown, Allegan County
Normal.dot