Auswandererbriefe Mittelgrafschaft
1890 bis 1910
Orte: Veldhausen, Thesingfeld, Tinholt, Hellendoorn
und Lutten
Familien: Wolff, Conjer, Schoemaker, Bielefeld, ten
Brink
Zurück
zur homepage von Pastor Dr. Beuker
Receiver: Gertruida Gerrietsen, living
in Holland, Michigan, U.S.A. Born the 21st of April, 1853 as Getruida Wolf,
daughter of the Wever Jan Harm Wolf and Carolina Naber of Veldhausen. She was
married to Gerriet Gerrietsen from Teich- Neuenhaus and emigrated to
Writer:
1st marriage to
Hindrik Jan Vischer.
2nd marriage to Albert
Konjer. This Albert died at age 50 on
Johann Vischer was
custodian of the old
Albert Wolf. A full brother to Gertuida Wolf-Gerrietsen. Left for America in
1886 with wife Fennegien Lutter from Emlichheim, with two children, Karolina
and Gesina. They lived in the Zuphen,
Why did Albert leave? Did
he have to take care of his step mother? The demand for home-woven linen was
less and less?
Gertruda Bielefeld, the writer of many letters, is the daughter of the lay-preacher Arend
Naber and the grandmother of Gesine Borgman, Emlichheim. She was a full
cousin to Gertruida Wolf-Gerietsen.
These informations I have gotten
from Swenna Harger, Dec. 6., 2002, GJB
Nummer MS-001 (MS =
Handschrift, Kopie)
Veldhausen den 7 November 1909
Geliefde Süster
en Kinderen
Ik nehm mijne pen
ter hand om u einige letteren te schrijven hopende dat gij deze letteren in u
aller gesundheid en welsijn mogd ontfangen en vorsover wij nu nog in het land
der levenden sijn, kunnen wij u onse gesundheid nog medelen, warvor wij den
Heere niet genug kunnen dakbar sijn. Maar o geliefde süster, wat hebben wij in
dit Sommer een bittere tijdt doorleeft, well heeft de
de Heere ons
ledengetal niet verminder wand den 12 September schonk de Heere ons een
welgeschapen Sohnje, sijn nam is Hendrik Albertus. Maar den 4 Ottober nam de
Heere üjt ons midden weg mijn geliefde Dochter Leijda, na een swar en bitter
leijden van 10 weken. o geliefde süster watt hebben wij een onvergetelijk
Sommer achter ons. sij heeft Darmgeschwür of Darmtering gehadt. de Dockter
heeft het dadelijk in het begin tegen mij gesegt, dat het seer gefarlijk was en
dat an die kwall bijna geen een weer better(en) kon.
9 weken hebben
wij bij haar gewackt. sij kon niet alleen wesen. sij had altijd brand in haare
ingewanden en dan wirds sij veeltijds so rar ok moest sij veel overgeven en
darbij een doorgan (Durchfall). eeten det sij wijnig de laaste 14 dagen heeft
bijna niets gebrükt. ok ise de laaste 14 dagen niet van het bed geweest. so
mager als sij was is niet te beschrijven maar tog drug sij haar lijden
gedüldig. ach sijde (se) dann, watt heeft onse Heijland niet voor ons geleeden.
sij heeft sich veel in haaren Heer en Heijland kunnen
verblijden. soms
wilde de Santan haar nog bestormen maar het waren maar korte oggenblieken so
dat zij dann weer mog kunnen uijtroepen: de Heere is mij(n) deel, ik heb niets
te vrezen. een paar keeren mogd sij uijtroepen: o wat Heerlijk watt Heerlijk.
veel song sij spalm (Psalmen) en liederen. den laasten nacht song sij nog twee
spalm versen en des voormiddags song zij nog liederen twe uren voor haar
sterven song sij: “Hin nach oben mögdt (möcht) ick siehen”. des middag 2 uhr is
sacht ontslapen den 8 October is sij ter arde besteeld. het viel ons allen seer
schwar haar te missen.
maar o watt een
voorrecht is het voor ons dat sij die hope voor ons heeft achtergelaten. de
teksworden over haar waren Lukas 8 vers 52 het laaste gedeelte “weent niet sij
is niet gestroven maar sij slaapt”, het eerste spalmvers was 73 vers 1, het 2
psalm 46 vers 6 het laaste 73 vers 13. garne wilde sij bij ons blijven maar bij
tijden wilde sij ok liever sterven. sij was 20 jahr en 9 manden. wij verliesen
er veel an maar des Heeren weg was anders. als het hier schoen schijn(t), dann
dürt het niet lang. hier is het onvolmaakt
gelückig die deel
an den Heere mag hebben wand dat is de groste gnade, die de Heere ons schenken
kann. hier in dit ardche leven is het onvolmakt, ja het is voor menigeen een
tranneldal (Tränental), hetwelk se ok voor mij well is. Bij de Famielie is het
nog bij het oude. Frau Bielefeld met haar man hebben Lijda ok nog bewsocht. sij
waren verblijd met het Potred (Porträt) van u. Nu moet gij ons nog eens spoedig
weer terug schrijven. vermeld het ok an süster Fenna, wand ik heb nu nog geen
lust om an haar te schrijven. sij van ons allen gegroet u süster
Caroline Wolf.
Nr. MS-002 = T-31
Auf Englisch kurz zusammengefasst in TL-001
Veldhausen den 11.
Juli 1909.
(Done,
Anteh)
Uwen Brief hebben
wij in gesundheid untfangen en tot onse blijdschap gelesen dat gij ok alle nog
gesund ward. Geliefde süster, gij schrijft, dat ik u het een en ander nog eens sou
medelen. ik kan u dan medelen, dat in de Stadt Nordhorn ok een afgescheiden
Kerk gebaut is. onse Domeni doet er heden de erste prek in. om de drie weken
gaat er een Domine heen tot dat sij self een kunnen beroepen. de Stadt Nordhorn
word seer angebaut door all de
Fabrieken. de
Stad Niewenhuis baut sich ok seer an. waar het veehmarkt was, daar staen nu
alle grotte gebauen tot beina na de Hevenbrug tou. de Veldhüser Bahn komt van
Niewenhuis en loopt naar Kouverden (Coevorden) op den Stamdiek, dar staat de
Banhof, en kleine end van Stienen of Leverink. het plan was dat sij met Otober
sou loopen of het nog so word, wett men nog niet. ja geliefde süster in de
werreld gaat het met rasse (t)reden vorüt. hier is bijna geen knecht of meid of
hij heeft een varrad (Fahrrad). loopen kunnen sij niet meer en elke Buer heeft
Dorsmaschienen en grasma(i)maschienen en in (de) meste gesinnen zijn ok
Na(i)maschinen (Nähmaschinen). Onse Dina en Leida neien (nähen) van morgens
vrueg tot Avonds. sij hebben meer arbeit als sij doen kunnen. sij hebben ok een
maschien, wand sunder maschien word hier net geneit. Johan sijn vrau Dina is
van Hindrick Georgsdorf. haar moeder was Johanna Jürink, gij mogd haar well
niet kennen. Gij schrijft watt voor een Jan Arernd het is, waar unse Hindrikien
dient. dat is die Sohn van Gerrard Arends waar gij u eerste dienst bij gehadt
hebt, die heeft ok all sijn twede vrou de eerste was van Schmidt Hams (Harms)
uit Veldhausen, en de twede is van Jan Hams uijt Emelkamp.
Ohm Jan Harm
Naber word oudt. sijn arbijdt is niet veel meer. Jan is Briefbode. hij sall
anstande Mei well trauen. Frau Gommer is ok seer schwack, sijf heeft het op de
neerven. Jan sijn vrau gaet het well geod. Domenie Schoemaker en sijn vrau
worden ok oudt. hij heeft het desen winter seer in sijne beenen gehadt. sij
hebben hem met een wagenje naar de Kerk moeten brengen. van sijne Kinderen is
nog geen een gekürdt (militärisch gemustert). het gaet haar anders alle goedt.
Nu geliefde
süster schrijft spoedigt weer, wand mondelijk sullen wij elkander well noet
(nie) weer spreken. ja mogdten wij dat vorrecht geniden om eenmal met elkander
vergadert worden waar onse dierbaren sijn vorgegan.
Sijdt hartelijk
van ons allen gegroett u süsters
Carolina Wolf.
MS 004 (vgl. MS 008)
Hellendoorn 3 October 1900
Waarde Vrienden!
Deze is dienende
om u te berichten over de nalatenschap van Tante. U zoudt zeker wel denken, dat
u geen bericht kreeg, doch het zal u ……………
wel bekend
gemaakt zijn en zeker ook wel van het testament, dat u daar in vermeld staat.
wij waren hier omtrent eerst niet terecht, hoe wij u dat geld zouden kunnen
bezorgen, maar hebben nu gehoord, dat wij het als postwissel konden overmaken.
Of het u bekend is, wat uw deel bedraag is, weten wij niet. maar Tante heeft uw
een bedrag? gemaakt van f 541 en ook uwen Broeder f 541,-. doch er gaat voor uw
deel f 74.66 aan Sucesierechten af, en ook van us Broeders deel, zoo dat us de
som ontvangt van f 466.34,- Dan gaat er weer af voor het overmaken van den
Postwissel
Nr. MS-005
Veldhausen den 25
August 1891
Geliefde Süster
schwager en Kinderen
Uwen Brief van
den 16 Mei hebben wij in gesondheid ontfangen en tot onse blijdschap gelesen,
dat gij alle gesond ward, ja dat gij een jongen sohn overwonnen had. dat heefd
ons sier verblijdt. wij hopen dat hij vorspoedig mag opgroeien en dat hij een
goede Jan Harm worden mag. Wij kunnen door Gods goedheid onse gesondheid nog
medelen. Moeder is nog tamelijk flug, maar haare krachten nemen af. onse
Kindeeren groien voorspoedig op. onze Leida was dit winter wat zwak, maar nu
word sij weeer sterker. onse Johan is all bijna so grott als ik ben. hij dient
dit Somer all bij het Huisken (??). van Mei tot November. des Nachts schlapt
hij in heus (Huis). daar gaat het hem ok well goed. en onse Herman moet voor
Schippers de beesten weiden. als kinderen gesond zijn, dan groien sij all
onverwacht op.
Wij hebben hier
weer wat een nat Sommer. de Rog (Roggen) was wat dun op het land, maar nar men
vernemt, dan sitt er well saad in. de
Sommervruchten hebben hier alle heerlijk gestaan. tot midden Juni was het hier koudt. maar na
die tijdt wist men niet waar het heen kwam. de ardappel schijnen ok beest te
worden. als men het maar houden mag en gesond mag blijven, dan is hier nog well
watt verboudt (verbouwd). op andere glaesen in ons Vaderland heeft God sijne
bezoekende hand door hagel en sprinkhanen bezocht.
Hou siet het bij
u uijt. hebt gij goed verbou? Süsters Tante Fenne en Tante ujt Gelderen die kom
nog well, en Jüffrau haar moeder die leeft ok nog well. sij is all 82 jahr
geweest. Domine Schoemaker en Jüffrau hebben dit voorjahr nog weer een jonge
sohn overwonnen. sijn naem is Johan Hindrich na Schoemaker sij (Seite). Frou
Tante Gommers is nog tamelijk vlug. lat op den Herfst sullen sij well weer wat
jongs
krijgen. Oude Süster
Beermohn is ok overleden, en de oude frou Feldman van den Dijk is ok overleden.
Jan Mensink heeft dit voorjahr en flüge Lambert overwonnen (bekommen). de oude
vrou groet u nog hartelijk. Ok is nu u tante bij ten Brink overleden.
De Gemeente
verlor nog well, maar er kommn ok nog weer niuwe bij. voor u op den Dijk is er
Harmols Bernd met sijne vrou er bij gekomen en Bour Brokman met sijn Frou is er
ok bij gekomen en Jan Hindrik Brokmann is er ok bij gekomen. die komt als jonge
Bour bij Lankamp en de andere van Brokman is bij de Röeper in het Would
(Osterwald) getrouwd. die gaat hier ok bijna lltijdt naar de Kerk.
Geliefde süster,
hou gaat het u verder in Amerika. wij moeten gedürig over u spreken, maar met u
spreken kunnen wij niet. noit had men vroeger kunnen denken, dat men so ver van
elkander kon gescheiden worden. ja in dit korte tijdperk van leven kan all so
veel voorvallen.
komt gij en
Albert nog well eens bij elkander. is Fenna ok nog so schlap als sij hier wa.
en hou gaet het met schwager sijn süster. daar hebt gij ons nog niets van
geschreven. en hebt gij u Geld van Geerlings ok all ontfangen. Hendrik ten
Brink is dadelijk naar Geerlings gegaan, en toen had hij gezegdt, dat hij het
kord voor dien tijdt hadt weggestürdt. Wij hadden u all erder geschreven, maar
dat gaet dan all so heen. Schrijft gij ons dan nog eens spoedig weer terug, ok
of gij het Geld ontfangen hebt. Wij hebben in’t Veldhausen ok all weer Brand
gehad. Brüninkmeier haar huis is dit Sommer afgebrand, en ok heeft de
Bürgermeester sijn huis in brand gehadt,
maar dat is allen de boomste kap van verbrand. het stadt (staat) niet still.
Nu moet ik
schleuten. Schrijft niog eens spoudig terug. als gij kunt, dan stüurdt ons u
portredt eens. dat sou ons angenahm weesen. Sijdt hartelijk van ons allen
gegroett u süsters, ik heb nu ok an Albert geschreven.
C. Wolf
MS-008
Anfang fehlt Anfang ist evtl. TL-008, vom 26.9.1899
Gedruckter Spruch:
Wohl dem Volk, deß der Herr sein Gott ist. Psalm 144,15
weer zullen
ontmoeten. dog hebben wij ook beide die hoope, dat wij ons dan eenmaal zullen
zien. Wij zijn door de goedheid des Heeren allen gesond. de kinderen zijn
behalve Rötgert en Hermann bij ons in huis. Rötgert zal op een volgend Jahr met tod zijne bestemming kommen. hij heeft
all enige keeren gepreekt. Gij kunt denken, dat dat voor ons zeer tod
blijdschap verstrekt. Onze beide jongste kinderen gaan bijde naar de school en
groejen tod dusver voorpoedig op. In de gemeente gaat het ons goed en de
gemeente is ook goed te vreden, zo dat wij hier wel met genot zijn, maar de
gemeente Veldhuizen vergeet ik noiet, wanneer wij ons eens mondelijg spraaken,
wat zouden wij ons wat te vertellen hebben, maar dat gaat nu niet, ik verzoek U
vriendelijk, dat gij ons eens schrijft, hoe
het U en Uwe
kinderen gaat, en alle Uwe omstandigheden. wij zijn zeer begeerig, te weeten,
hoe het U gaat. Daar Rötgert ook nog schrijven wil, zal ik maar eindigen,
wanneer gij kennissen van ons sprakt, groet ze allen van ons, en ontfangt gij
met Uwe kinderen de hartelijke groete van ons allen, en voorall van Uwe
Vriendin
Vrouw Schoemaker – Arends
(= Ehefrau von Pastor Jan
Schoemaker (1838-1913), Bunde 1871, Veldhausen 1874, Lutten 1894, emeritus 1912).
Gel(iefde) Trui!
Daar Moeder nog
een kleine ruimte overgelaten heeft, kan ik het niet nalaten, van de
gelegenheid gebruik te maken, U ook enkele letteren te schrijven. Zoo gaarne
roep ik nog de kinderjaren in mijn geheugen terug, en wanneer mijne gedachten
dan in Veldhuisen vertoeven, dan kan het niet anders of onwillekeurig denk ik
dn ook nog weeer aan U. Vooral toen ik dezen zomer met vakantie tehuis kwam en
ik hoorde, welke zware slag U had getroffen, werd meer dan eens over U
gesproken en dacht ik gedurig aan U. Zwaar voorzeker is het verlies, dat U
heeft getroffen, en het is te begrijpen, dat Uw
hart vervuld is
van droevenis en zorgen. Doch hoe gelukkig, dat in zulke omstandigheden een
vader in den hemel is, die vertroosting kan schenken, maar aan wien wij ook
vrijmoedig onze noden en behoeften bekend kunnen maken. Al schijnt het voor ons
ook anders, toch is zijn doen liefde, en Hij zal alles zoo leiden en besturen,
dat wij er Hem eenmaal voor zullen danken. Moge de Heere U dan ook in ruime
mate sterken en zijne belofte aan U volbrengen, dat Hij is een man der weduwen
en een vader der wezen. Blikt dan geloovig opwaarts tot Hem, geloofd in Zijne
almachtige hadn, bevoenal weest verzekert van zijn vriedenlijk vaderhart, dat
nacht en dag voor Zijne kinderen is geopend en met medelijden is vervuld. Dezen
zomer ben ik niet in Veldhuisen geweest van wege drukke bezigheden. Dezen
winter hoop ik in Kampen mijn laatste examen te doen en dan zal ik bij leven en
welzijn in Veldhuizen preeken. Verlangend zie ik naar die ure uit, want dan zal
de droom en verwachting mijner jeugd in dat opzicht vervuld zijn. Het wordt
anders in Veldhuizen voor ons reeds vreemd.
Moss, Voest,
Handlöchten, Derk en zoo vele ouderen van onze beste vrienden zijn heen gegaan
in de ruste. De kerkeraad is bijne geheel veranderd in de laatste jaren.
Ook is het huis eenigzins vertimmerd.
Wat zou het voor U vreemd zijn, wanneer gij het weer terug zaagt. Hoe velen
zoudt gij niet meer kennen, en hoe vele ouderen zoudt gij missen. Hoe aangenaam,
dat wij bij alle veranderingen en wisselen in dit aardsche leven, mogen denken,
dat dat alles eenmaal zal ophouden en dat wij dan in het vaderhuis daarboven
een onveranderlijke en ongesteurde vreugde zullen hebben (??). Daar immers
worden geene tranen gestort en geene Leiden (?) gekend. Geve de Heere U reeds
hier een voorsmaak van dat toekomstige geluk. Moge Hij verder U en Uwen
kinderen bijstaan en sterkte zijn, op al uwe wegen en paden voor tijd en
eeuwigheid. Schrijft ons spoedig eens weder en verblijdt ons allen door eenen
langen brief, hoe of het u en de Uwen in de omstandigheden gaat.
Nu, geliefde Trui
weest Gode bevolen en hartelijk gegroet van Uwen vriend
Rötgert
(Schoemaker) (1874-1927,
Pastor in Vollenhove 1900, Heemse 1908, Den Ham 1918,
MS-009
Veldhuisen den 16 Decb? 189?
Geliefde Schwager
… kinders
Uwen Brief hebbe
wij in gesondheit ontfangen en tot onse blijdschap gelezen dat ok gij goed
gesond ward. Maar tot onze teleurstelling moesten wij lesen, dat gij geen brief
?? van ons ontfangen hadt, wij hadden wel geschreven en u Broeder Lambert heeft
u ook well geschreven. wij hebben hem self gesprocken. het spijt ons, dat zij
niet overkomen. Den Brief, dien wij an ons Albert van uwen Brand geschreven
hebben, die hebben wij weer terug gekregen toen gij op het schip ward. Nu hebben
wij ok gehord, dat gij an Ten Brink geschreven
Zeile unleserlich
U Broeder en sijn
vrou. ach dat is tog een treurig gevall en ok voor u wand hij sou toch?? nog
well voor u gesorgdt hebben. ja de dood staadt niet still. Ok is u Ohm bij
Borinks op den Dijk overleden en Jan Hanlüken van Tesinksveld is ok overleden.
dat hadden wij u al geschreven en de oude
unleserlich: bij
... of Braben te Veldhuizen
Hindrik
ok is onze Ohm
overleden
hij was 77 jahr
maar allen meer
ok eens weer
schrijven
heeft wij
den het u all in
de vorige Brief geschreven. Donderdags voor Passchen weerd onse Albert siek en
vrijdags voor Paschen werd onze Hindrika siek sij kregen bijde de longentzünddong. gij kündt dekne,
welk een slag het was, twee sieken an eene gevarlike kwall, onze Hindrika was
seer slap. sij heeft in 8 dagen niets gebruikt, als medizijn en water. sij had
het daarmede …… bij wij en andere menschen dagten niet, dat sij weer betern
sou. vrijdags nu voor Paschen, toen gij in Amerika sijdt gekomen, bij u süster,
toen dachten wij niet a nders of onse Rrika moest sterven. onze Domini zelf
zijde de hope is weg, maar
het behagde den
Heere nog niet. hij beschikte verandering en so dat ik u nu kan schrijven, dat
sij so vlug en gesond is als sij nog niet eer geweest is. en onze Albert had
het er seer bij in het hoofd, so dat wij des nachts andere menschen moesten bij
ons hebben. maar ok hij is als spoedig weer gebeterd, sodat hij nu all weer naar Holland is geweest. ja
süster, so heb ik all weer wat ondervonden maar als mij de Heere onse Rrika had
weg genomen, dan was mij het leven suur geworden, dus hebt is grotte stof tot
dankbaarheid. Het weerder (Wetter) was bij ons in de mand Mei günstig. maar
toen werd het so koud en ook ……… dat sig het werk heeft terug gehouden. Sinds een
paar dagen is het weder mooi, nu sijn wij hier drük an het hoien, uwe rog en
hafer waren wll goudt, de rog is deze dagen ok beginnen te rijpen. het is hier
niet so vrog als verleden jahr. Geliefde süster en swager mogd gij well in
Amerika wesen. mij dünkt het sall u
alles vremd
wesen. schrijft tog eens of het daar beter voor u is als hier of niet. mij
dünk, süster, het sal u tog erst seer vremd wezen, wat is u arbijdt dagelijk.
is het een moeje Stadt. sijn er ok moije heusen en sijn er ok straten sijn de
menschen wel vrindelijk is het er ok seer warm. gij moet ons tog eens alles
schrijven. ik moet vak an u denken en ok an Albert. hij sou blijde wezen, als
hij u sag dat kan men denken. Gij schrijft, dat Domeni Steefen (N.M. Steffens) bij u is, daar
wij so veel van gesproken hebben, dat is nog well angenam voor u. doet haar dog
voor all de grottenis en schrijft ons eens wat Krall doet of die ok al Domini
is, of niet. wij waren blijde dat wij nog eens weer van haar horden
Rrena nog die
toen mijdt bij haar ………
nog eens speodig
weer schrifjt, hoeveel uhr gij van ons Albert af sijdt, seydt hem dat wij sijn
Brief ontfangen hebben na Passchen, doet hem vooral de grotte. als deze Brief
mag overkomen, dan sullen wij ok nog eens weer an Albert schrijven.
Sijdt ok van onze
Dominie gegroett en van ons en onze kinders
Carolina Wolf,
tante op het bed
op den Dijk
onze Rrika segt
Johan …… Amerika sij leeft … af … nog was bij)
MS-010
Veldhausen den 21. Januar 1894
Geliefde Zwager
en Kindren
Wei neemen de Pen
ter hand u te Schreiven lange habben wij het gedagt uwer te Schrijven mar Gei
Weet ok wel hoe Drück Als men hier Alteit is en dan wordt het Al mar Op
Geschoven van teit tot teit.
Ja, mein Frau hat
ok Al en brief Klaar Geschreven mar toen torf bei ons wat in dat de Brief bleef
lieggen. Wei hebben Een Moeilijk teit Aagter de Rüüg en bezondern Mijn Frau dar
ons moeder in het laatse van Nvember heel onsteld werde de Her over Levben en
Dood kwam Ons moeder te bezoeken met Een Zware Krankheid dat zij zig niet kon
Roren of beweegen de Eerste Weke konden wei nog beina Ongestort de nagt Rust
genieten mar het leiden werd zo zwaar dat Wei dag en nagt bei har moesten wezen
in het Eerst Kan ik mein Frau snags noch helpen dor Aleen noch bei Moeder op te
wezen mar zij werde dan
Zeile weggefallen
geen been op
Bedde gehad heeft. mar … tot har leiden hat zij noch hare Kennis Well mar nu
Zuld Gei Well vragen hoe is het dan nu met Moeder. har lijden verminderde Aan
Einde en zo nam de Heer Over leven en dood van onzeide weg na de Onherroplijk
Ewigheids op den 18 Januar des Agtermiddag om halftwe. Zagt en Kalm is zij
Entslaapen in den Heer na Zei het mermalen beleeden heeft. Zaaterdags vor har
Einde toen zei zei noch tot ons: ik vaar op Op tot meinen Vertroster tot mein
hoo(g)ste Gutt, en wat zal ik no mer Schreiven. Als tante Fenna uid de nden
Hagg is in het laats van het Oude Jaar Overleeden. Schrijf Ons is spoedig
terüg.
na Grutt, A.
Konjer
21.01.1894
Geliefde Schwager, Süster en Kinderen.
Ik kon tog niet
nalaten om u enige letteren te schrijven, hoewell dat het mij süer valt. In het
vohrjahr is onse moeder ok all een week of wat siek geweest, toen hebben wij ok
all meht haar (sterven gerekend …, Zeile weggefallen)
hersteld, maar
niet weer so sterk als voor din tijd. maar op het sommer was sij nog all
tamelijk vlug toen sijde sij nog all gedürig tegen mij gij moet nog eens na
Trui schrijven. toen had ik ok een Breif an u klar. in September toen kreg
moeder weeer dikke beenen so dat sij niet gaan kon. tog dag wierd nog laasam beter,
maar nu voor 9 weeken taste de Heere haar in haar geheele Lichaam an, so dat
sij sich self niets kon helpen. De Docker sijde sijd had de Griep in alle har
leeden en haar harte was ok niet goed. sij had altijdt een inwendigen brand.
sij deed niet liever als water drinken de eerste tijdt att sij nog wat, maar
dat werd al minder. de laste 14 dagen deed sij niet als water drinken, sij was
altijd benauwd sij heeft een bitter lijden moeten doorworselen. alle menschen
hadden medelijden met haar. 7 weeken hebben wij bij haar gewakt. de eerste
veerttin dagen lietten wij het ons omgaan. fehlt ein Zeile
dag en nacht geen
voet op het bed gehadt. wat sij nog att en dronk moest ik haar alle geven. sij
kon sig niets helpen. wat haar harte begeerte, heeft sij kunnen krijgen niet
alleen van ons maar ok andere menschen wilden haar garne geven, wat sij maar
begeerde. wat het belang haare siell betreft kon sij in hare krankheid niets
ujtwerken. zij had nergens geen lust toe. ok niet het ardsche den lasten
Saderdag hares levens kreg sij een benauwden uhr, dat wij en sij niet anders
dachten het ogenblik van scheiden was daar. Toen riep sij uijt “Ik vaare op tot
mijnen troster, tot mijn hoschte goed”, zij wist dat zij den Heere in haare
jonge jahren geschot (gezocht) en gevonden had. de laaste nacht was sij
onrüstig van 1 tot 9 ühr morgens was sij sonder sprak om 9 uhr riep sij mij
weer toen sijde sij ik word nu so rak in mijn geheele Lichaam, maar de Heere
sall welt met u weesen”, dat waren de laaste
verstaanbare worden
fehlt eine Zeile
b2)
naar Meppelt heen
om het te hallen, toen moesten wij daar ruim 18 Gulden van an het land geven.
toen bleef het nog rum 181 Gulden. Wi moeten tevreden sijn, het is nog beeter
als niets. Altin is in de volle buel blijven sitten. En Hendr. … werd so wat
voor de maen hebben dat had sij Ohm beloofd sij kond doen so als zij weilde,
dat had hij an haar overgelaten. nu wou sij hem naderhand nog wat stüren.
Geliefde Süster hou gaat het u verder ris het ok koud bij u geweest. sijdt gij
altijdt nog gesond geweest. zijn uwe Kindernen nog vlug. Ons Hermann en onse
Rieka hebben de Blekken in dit winter gehadt, maar sij sijn er goud weer
doorgekommen onze Rieka is so vlug en gesond sij kan altijd well eeten.
Geertien Kalter (Kalten?), die bij Moeken in het Woudt (Osterwald) is getrouwd,
moest in dit Winter haar enig sohnje ja har enig kind an den Krop missen met 4
jahr,
Albert Sütten
uijt Veldhausen is ok overleden nalatende zijn vrou en 3 kinder en de oude vrou bij Schippers of Wigmink is ok
overleden. Schrijft nu eens spoedig terug, hou het u gaat en dat doet an
Broeder Albert en Fenna en Kinders ok de Greoote van ons als gij haar sprekt of
schrijft.
Sijdt van ons
Allen gegrott Süster schrijft maar so weer ik kan het alle well lesen
uw süster
Caroline Wolf
Veldhausen, den 30
Januar 1891
Geliefde Zwager
en Zwägerin en Kindren.
dor het wel zein
des Heeren Kunnen wei u onze Gesondheid melden. lange hebben wei Gearzelt Om
üwer te Schreifen mar dat Gaat van teit tot teit zo vort. uwen brief dat Gei
vertrokken Zeit, hebben wei wel ontvangen. mar het schreven gaat zoheen .
bezonders weeten weeten we Ü niet te schreiven. het Oude is verscheiden Keer ja
het beste. dat Leert de Daaglijse ervaring en dat zült Gi ok well ondervinden.
Ons Leven is hier bei vallen en Opstaan. maar Gelukkig hei, die bej zieg zelven
zeggen kan, ik weet mein Verlosser Leeft. mart dat zein zulke ogenblickjes. nü
zült gij wel vragen: Halbe Zeile
entfällt.
vor hier beneeden
ieder dag heef zein zelfs Kwaat. Onse Gemeente hat in het verleeden Jaar een
11tal Dooden te betrören, en dar is Stegen Jenne van den Deick en har Kleinse
Kind wat al geboren was ook? Gei wegging
ok bei, Oude Bauer Levers Oom Pikkard, Bosink Janna en zo Gatt de de mens nar Zein Ewieg hüis. Harm Hindrik ten
brink is nü Ouderling geworden vor Mensink
Verleden Zomer
hadden wei hier veel te Klaagen dat er en Overvlodigen Reegen kwam vell schaden
met zamer vrög ten heef het aagebragt nu hebben wei van Jokobi tot November en
Schonen herfst gehat. in November kwam er wer Een overvloedigen Regen. zo dat
het Waater zo hoog geworden is. Zei konden in Niuwenhaus van de Romse kerke tot
de Dieck port met het Schip varen, en dat heef dar de menschen veel schaden
Aangebragt. darop Kwam dadelijk de harte vorst dat Alles in Eis kwam het heeft
hier 8 ½ Weeke gevroren. Veel Arapelen zejn in de Gaaten vervroren en dor het
waater vernicht. So dat hier de Araplen düür zein en ok züllen worden. de zaak
Rogge is hier 16 Mark, de vette verken 100 pont 48 Mk. de leven verken zein hier
goetkoop en wat zal U mer schrieven Als Lükas Bonke is ok overleden, also Janna
is ok weede frau. Vorrink de linnen kopman die alteit naar Amsterdam ging is ok
overleden. Börgers Frau is overleden. de Paus zein Dochter is van den Balken
gevallen. Zo dat op herstel beina geen hop is.
Albert Konjer
Geliefde Süster,
Swater en Kinder
Gij sult well
denken dt wij u niet weer schreven ja het is so van tijdt tot tijdt so
heengegaan gedürig nam ik het mij voor maar het was hier in dit winter so koudt
dat men bijna niets als het heuswerk doen konn. Van de n25 November tot den 23
Jannuari heeft het hier altijdt gevroren ja so schlimm als het 50 jahren neit
gedaan had. De Heere heeft ons nog in die koude in geszondheid gespraard onse
Kinderen zijn alle god vlug en Moeder is nog vlug en gesond houwell dat haar de
koude ok well nagenoeg kwam zij is den 16 Januar 71 jahr geweest. Bij Gommers
en Naber is het alle nog bij het oude. Jenne Gommers in Ulsen (Uelsen) heeft
verlopen Herfst een jonge dogter overwonnen. Tante Schwürink in Nieuwnhuis
begint ok te ouderen. Janna Bonke moest haren man Lukas plooseling missen den
28 November tot den 29 November kwam er
een hoge vloed in
Niuwenhuis so dat sij des nachts ujt het heus moesten vlugten toen hadden
Bonken des nachts well een uhr geruben om hulpe maar de noodwagen kon haar alle
so spoedig niet helpen. darbij heeft Lukas veel Koude geleeden. daar hebben sij
wel 300 Mark s(ch)ade bij gehad en haar ………… hij den 10 December na twee dagen
ongesteld gestorven. Sij willen nog gaarne hebben, dat gij haar eens schrijft.
sij spreken er altijdt over. Dominie Schoemaker zijn ok alle nog gesond. De
Jüffrau zall well spoedig weer bevallen. Sij heeft ok all gesegdt dat Trüj niet
eens schrijft. Sij hebben in verleden Herfst ook eene roeping gheadt van
het roode veen kort bij Meppel, sijn er
ok beijde heen geweest, maar hij heeft er toch voor bedankt. Sütster gij schrijft ons Ohm ons nog wat
geerft heeft. ja dt heeft hij ok nog 200 Glden mij en Gesinda Schoten van den
Dijkt ok 200 Gulden, die hebben wij midden December eerst onfangen. toen moest
ons Albert en Gesina bijde,
Falscher
Anschluss?
daarna werdt haar tong belemmer. Toen men haar niet meer verstan toen is sij om
½ sacht en kalm ontslapen. sij had altijdt goed haar verstand het viel haar
hard van ons te scheiden ok de kleinen hingen haar so innig an het hard ik heb
een süre tijdt met haar beleeft ik moest altijdt in bed om haar te verleggen.
sij kon mij ok gaar niet missen als sij mij niet sag dan was het niet goed. O
lieve süster watt valt mij dezen slag zwaar os süster gij künt dat niet
begrijpen, als ik meen? gij hebt u moeder niet gekend maar denk eens als uwe
kinderen u moesten missen, wat dog
………………
en Grodmoeder och
……… ft nog eens spoedig weer en deel nog mee, mij in desen mijnen trörigen weg
veel hebb ik all moeten beleven dese tijdt en voor 7 jahren sijn onvergetelijke
tijden voor mij Sij word ter arde besteld den 22 Jannuari den 16 Jannuar
is sij noch 74
jahr geweest de Heere heeft haar een goeden ouderdom doen bereiken maar och wij
hadden haar nog so garne behouden nu mag ik u niet meer schrijven Sijt
hartelijk van ons allen gegroett.uw süster Carolina Wolf
Nummer MS-012
Tinholt den 11
Januarij 1904
Geliefde Tanten
Neven Nigten en verdere betrekkingen!
In goede
Gezondheied neeme ik de pen ter hand u een brief te schrijven. Wij hadden u al
lang moesten geschreven hebben, maar door nalatigheid is het al heen gegaan,
ook eensdeels door dat wij nu ook al veel briefen moeten schrijven naar onze
Oudste Zoon Albert die is in Colmar als Soldaat hij verlangt ook al gedürig een
brief van huis, het gaat hem geheel goed, met de dienst kann hij bezonders goed
geworden, hij was in elf weken al agt pond toegewonnen, ook hebben wij ook al
weer een brief gelezen van Uw Moeder Hillemöy en haar betret gekregen
verblijdend was het haar Aangezigt nog weer mogen te aanschouwen Dank zeggen
wij haar daar voor. Nu van onze omstandigheden. Wij hebben een bezonder nat
zomer gehad, men moeste met alles zo grijpen, maar tog is het verbouw nog wel
redlijk goed gewezen, wij hadden ruim, tagtig V?iemen roggen en bijna 40 Voor
tam Hooi, maar in den Brook hebben wij nog wel over tien Voor zitten laten van
wegen het Water, onze Bohnen waren taamlijk toed, de Aardappels niet op het
beste, en ook künnen zij nü in de Kelders niet düüren, wij hebben tien Koijen,
seven Koijen en drie starken, drie Beers twee Motten en 6 biggen, en een zwaar
Paard, de Koeijen hijn hier düür, de Varken heel goedkoop, de Boter kost het
Pund 85 pennig de Eier 6 pennig. Nu van onze kinderen Albert is Soldaat en
Arend moet voor het tweede Jaar Molsteren en Diena wordt in Maart 17 Jaar die
moet nu Meid wezen Gerritjan is in Februarij dertien Jaar en Berthüs wordt in
August elf Jaar en Hindrika wordt in Julij agt Jaar en Bertha wordt in April 4
Jaar
(folgt zuerst übernächste Seite, gjb)
drie er van gaan
dags naar de school en kleine Bertha is dags bij ons te huis ook zeggen wij u
dank voor die drie moeije schilderjes, die gij in uwen laatsten brief hebt
gestüürt aan onze drie Meisjes alhowel gij onder uwen brief geen Naam had maar
men konde dog wel horen en lezen dat hij van U kwam. Doet de Groetnis aan Vrouw
Gerritzen mijn Nigte, ook is het in haar Oudershuis weer droefheid, door dien
dat nu de tweede Man van haar Züster ist wegnomen door Lungenenzündigung,
hieraan künnen wij zien hoe schielijk of het met ons Menschen kann komen, wij
zijn ieder dag en ogenblik in gevaar, mogen wij dan maar voorbereid zijn voor
de Eeuwigheid, en Jezus tot onzen borge hebben dan hebben wij al niet te rezen.
En ook gij Ouden Tanten wees gezegend in Uwen hogen Ouderdom, van twee en
tagtig Jaren, en twalf Jaren jonger het zijn grote Vooregten naar het
tijdelijke de Heere zeegne U te zaamen naar Ziel en Lichaam, dat is de wensch
mijns harten. Nu dagt ik mogt Harm maar voort schrijven, ik eindige met de pen,
maar niet met het hart, die zich noemt Uw Nigte Geertrui Bielefeld.
Geliefde Frienden
uwen brief den 24 August hebben wij 9 September in gezontheidontvangen zo als
gij schrijft is het in Amerika beter met de geldmakerij als vroeger en dat
horen wij ook van meer. Nu dat is goed. Dat was vroeger ook slegt. Houd tij ook
een Beer om zwijne bij te laaten koomen wij houden er 3 stuk wij hebben er
verleden Jaar575 stuk bij gehad ik ga nu rond en zamel hed geld op. Stuk een
mark. Het hout moet bij u dog l veel weg zijn omdat gij al steenkolen toe
brand. Het land zal bij u wel veel düürder zijn als vroeger dat is het hier
ook. Hier kunnen wij Nieuwe grond koltovieren met slak en kainit#
(fehlt der Schluß, gjb)
Nummer MS-017
Fehlt Anfangsteil, von Frau Pastor Schoemaker, gjb
Geliefde
Vrienden!
Daar Rotgert
reeds het niews geschreven heeft, weet ik haast niets meer te schrijven tog zal
ik er nog een enkel letter bijwoegen. Wij zijn nu reeds3 jaren uit onze
dierbare gemeente Veldhuisen en het was eenen bitteren weg Veldhuizen en alle
mijne dirbare betrekkigen te verlaten toch van achteren ben ik er tamelijk goet
over tevreden, ik geloof dat de Heere ons dezen weg gelijd heeft, en wij mogen
tod dusver hier in Gods segeningen delen. In de gemeente gaat het ons heel goed
en wij hebben banden aan de gemeente en wij kunnen niet anders merken als dat
de gemeente ons ook bemint. Wij leeven hier net zo eenfoudig als in Veldhuisen,
wij hebben hier
Eene flink
wohning en eenen groten tuin met vruchtbomen en hebben 2 schapen en eene geite
en kunnen er zelf hooi vor verbouwen wij hebben in de zoomer de volheid van
melk zo als wij in Veldhuizen nooit gehad hebben, wij zijn hier alle goed op
ons gemak, de beide kleinste kinderen is Veldhuisen haast vergeten?? Zij gaan
vlijtig naar de school, Henni is nu 9 ½ jahr en Johan is ruim 6 jahr, onze
buren behoren meest bij onze gemeente. U kan denken dat dat aangenamer is als
in Veldhuisen. Nu zouden wij o zo gaarne eens hooren hoe het U gaat zijn Uwe
kinderen vorspoedig? En hoe veel kinderen hebt gij, schrijf eens alle Uwe
omstandigheden, wat zoude ik nog eens gaarne eens met U spreeken van den tijd
agteren den rug toen
Rand: wij
dagelijks met elkanderen verkeerden maar dat zal wel niet weer gebeuren.
Ontfangt de hartelijke groeten van J. Schoemaker A. (Rest fehlt: Schoemaker, =
Frau Pastor Schoemaker aus Lutten, gjb)
Anfang fehlt, von stud. Theol. Und späterem Rötgert Schoemaker, Sohn von Pastor
Schoemaker:
Een nieuwe kerk
is er gekomen, een nieuwe predikant treedt voor de gemeente op en de leden zijn
zoo verouderd, dat er reeds velen zijn, die Gij niet meer zoudt kennen.
Verandering is er vooral gekomen en behoudt de mensch zoo graag het
tegenwoordige, veranderen moet hij met dat, wat hem omgeeft. De Heere echter
blijft dezelfde alle eeuwen door. Voor den christen is dat een groote troost.
Al is het dan ook, dat de jaren voorbijvliegen, hij die op den Heere vertrouwt,
is hier vreemdeling en kan en mag hopen dat de Heere hem brengen zal in het
vaderhuis daarboven, wanneer hij hier den strijd gestreden heeft. De weg des
levens is niet altijd even glad, vaak doen er zich hindernissen op en moet de
lach verwisseld voor een traan, maar de Christen weet en mag vertrouwen, dat
hem dat alles door een trouwe vaderhand toegezonden wordt, en hem past het in
tegenspoed geduldig in voorspoed dankbaar, en in de toekomst
Vol vertrouwen te
zijn op den Heere, zijnen God. De Heere spare ook U nog langen tijd met uwe kinderen, doe U deelen in Zijne gunst
en make Hij U voorspeodig op Uwen levensweg. Van harte hoop ik dat Gij spoedig
eens terug zult schrijven, want wij verlangen allen eens iets van U te horen.
Denkt niet, zij hebben zoo lang gewacht, nu hebben wij ook nog wel den tijd,
maar verblijdt ons spoedig door eenen langen brief. Daar Mama ook nog
zalschrijven en ik reeds het voornaamste nieuws heb medegededeeld zal ik
sluiten.
Weest Gode
bevolenen hartelijk gegroet van allen en het meest van Uwen U liefhebbenden
vriend
Rötgert Schoemaker
MS Nummer 17
Zutphen (in den USA;
gjb!!!!) den 5 November 90 (=1890
??)
Geagte Zwaager,
Süster en Vrinden
Wij künnen U
meededelen dat Wij Uwe letters in gezondhijd hebben mogen ontfangen en in het
laatste briefje gesien dat u door Albert Tien onderrigt was dat hier (in)
Grandfille 20?8 (oder 20!, gjb) Akkers (=US: Acre, gjb) land sou te koop zijn
en dat ik er naar sau verstaan dat heb ik dadelij den andern dag gedaan dog die
had ook leüden gehoord tog wist niet waar de Klokken hingen, die had het van
imand anders gehoord en die nog weer van eenen andern nu ben ik ook naar den
eersten geweest die wist er meer van die wist waar het lag en wat het moest
kosten. Tog dat die het reeds een anderen (had beloofd???)
Geleden en darom
kan ik nu medelen verkogt was en naar die zijde (zeide, gjb) dan was het niet
düer. Het was god land niet god huizje en hartje voor 600 Dollar, en daar was
90 Akker tarweop, dat was Sandland en het ander schwampland god lod Ardappels
en sippels en buskool tog het ligt ongelegen aarig ver alleen en ook 4 Mijl van
de Kerk af, het lag tusschen Hudsonfilen en Tennissenfille, dat is Ostlijk van
ons af. Het ligt arig naarder bij Grandrapids als wij.dog meer kan ik uw nu
niet van schrijven om reeden die man er niet meer van wist en ik ook geheel
niet weet waar het ligt. Zo god als ik bij welsijn naar Grandrapids koom wil ik
nog wel bijden eigenar ........ vragen,
die nooit dan aan dodag
(fehlt etwas)
Ik ben altijd nog
van plan geweest om over te koomen dog door de drukte is het altijd
naagebleven. Ik ben dezen herfst veel niet gud geweest den ersten Dingsdag naar
dat gij hier geweest zijt ben ik zik geworden zo wat 3 weeken lang ik had de
koorts wij hebben 2 keer de Dokter gehad en nu laats kreeg ik het weer zo in de
rug dat ik ook hast in een week niet veel konde doen de boeren hebben ons het
koorn helpen kappen en wij hebben ook nog 60 bussels korren (?) laaten en men
kan ook beutendien niet goed meer dan een dag van heus omdat men met het vee
veel werk heeft en het is daar ook so ver heen. Albert Tien zijn vrouw sijde
het was nog agde 5 mijl van de Hollandsche .......
Onze Kalina en
Gesiena hebben in September ook de roodvonk gehad niet de ergsten tog waaren er
krank bij ik dag gij soud ons wel eens schrijven hoet het er daar ging of gij
daar schik had en of gij nog wat kond verdienen besonders weet ik niet meer te
schrijven dat als ik die man gesprooken heb sal ik u de uitslag dadelijk
schrijven dog ik weet nog niet wanneer ik naar Grandrapids ga het kan wel ....
binnen kort met varkens.
Na groetten van u
Vriend
Berend? Of
? Wolf
MS Nr 19
Zutphen den 20 April 1891
Geagte Zwaager
Süster en kindern u schrijven hebben wij in gesondhijd moogen ontfangen en ook
u lieden welstand er uit gesien en ook dat u door de geborte van eenen zoon
verblijd zijt geworden dat men e saamen in welstand mag verkeeren is altijd een
segen, tog in dit gefl bijzonder. Wij wenschen dat gij te saamen u daar verder
in verhoogen moogt. Wij zijn in diet winter so nu en dan alle siek geweest de
kindern en Fenna hebben de griep gehad dog zijn nu alle taamlijk goed teregte.
Ik sou nog wel eens graag naar u over komen tog het is so ver van de stad uit
dat men in een dag niet doen kan en met
De waagen is het
ook so ver. Dezen verloopen maandag zijn onze beuren naar de Grafgschap geweest
op de begraafnisse daar wilde ik grag mee geweest zijn dog zij hadden het
bekkies ???? te vol zij waren al 5 man en de werksaamheeden zijn nu ook al weer
so druk dat men het niet wagten kan gij kunt altijd welt wat koren? Krijgen dog
wij hebben verleden zomer niet veel rijp gekregen en wij planden ook tog niet
veel bouven schrijf ons nog eens ... terug hoet of het u dar dog gaat na onsen
groete#U schwager? A? Wolff
MS-Nummer 21
Anfang und Datum
fehlen
Menschen bewegd,
ja hij is nu die machtige God die bittere wegen houd maar ok dan nog weer sijn
volk niet will begeven en niet will overlaten. Ja geliefde Süster hou maar moed
maar ga met alle uwe gelangen tot den Heere en sogij voor hem leef, hem uwe
noden bekend mak dan kunt gij u getrost op den Heere verlaten in sijn dierbar
word beloof hij niet een maar medere malen dat hij will wesen een man der
we4duwen en een Vader der wesen, Gij soudt well denken dat wij in het geheel
niet meer an u gedachten. Ja geliefde süster, ik had niet weer gedacht dat ik
oeit weer an u schrijven sou
Zeile oben
wegegefallen
Weer doorkomen
daarop had ik een brief klar an u geschreven maar kwam er niet toe om het
wegtesturen daar leijde de Heere mij sposeling op het siekbed ter neder. Ik kreeg een bloedstroting daarbij
hield ik nog een miskram van 2 manden en toen nog longenensündung er bij en
toen ik 3 dagen siek geweest was kreg ok onse Hinderickien longenensündung
maar sij was nog well gou weer beter. O
süster wij hebben wel weer wat ondervonden. Twee keeren wird ik so schwak dat
wij dachten, dat ik nit weer herstelen sou. Ik was geheel ujgepüdt (uitgeput,
gjb) van bloed en schwakt an longenensündung
Obere Zeile fehlt wieder auf der Kopie, gjb
En hou is het met
u eigen licham ja met uwe ogen. Schrijft ons tog eens vanallen hou is het met
Fenna en haar gesinn ok met de Kinderen van Broeder Albert. In onse Gemete is
het nog bij het oude, wij krijgen een niew Orgel in de Kerk nog in dit oude
jahr. In de Famielie is het al nog bou het oude. Het was bij ons een drog
Somer, maar het verbou was well goed, als de ardappelen, die sijn well beter
geweest. Süstger schrijft spoudig weer terug in hope dat gij dese lettern in
gesondhid mogd ontfangen. Sijdt van ons allen gegroedt ü süster
Carolina Wolf.
Nummer MS-022
Zutphen (USA!), 13 November (Jahr fehlt auf der Kopie)
Geagte Zwager,
Süster en Kindern
Hierdoor laat ik
u weeten dat ik frijdag den 7 November ben bij die man geweest van dat land. Hij
zelf was nit te Heus, sog syn Vaader zijde, dat hij er 600 Dl kontant voor
hebben wilde en anders nit verkoopen wild. Ik zijde dat het dan niet helpen
kon, als hij het niet doen wilde, als gij er 200 Doller op af betldet, toen
zijde hij, dat kon ook wel weesen, dat hij dat doen wilde, dog dan voor D. 650.
Dog vorsekerhijd konde hij er nog niets van zeggen en daar ook imand anders
gewest, die had het week in zijn bedenken. Hij zoude met zijn soon
overspreeken, dan kon ik de ander wek beschijt krijgen. Nu ben ik er gisteren
weer geweest, tog toen was er van bijden geen te Heus, tog het land was nog wel
te koop. Verder wist de Vrouw er niets van. Nu ben ik ook bij het land geweest
en heb het bezien. Dat het mij so veel af viel, kan ik niet seggen. De helft is
sandland dog niet hoog, de ander helft mest schwampland, dog niet schoon
gemaakt. Het is niet hoog, het is op ¼ mg? Naeen goede snadroad naar Jennissen,
waar Kerk en Stoore is. Verder kan ik u er niet van schrijven. Als u nu sin
hebt ge koopen, moet u self overkoomen om te bezien, dog moet bij ons erst
koomen dan sal ik met u gaan in haast Na grutte
A. Wolf
Nummr MS-023
Briefumschläge mit Adressen:
Auf kürzestem Wege
Mrs. G. Gerritsen, Holland Michigan, R.F.D. No. 1;
Poststempel:>Emlichheim
Afzender:
H. Bielefeld, T(inholt) Post Emblichheim, Kre(eis Bentheim), Deutsland
Received
Mich. 1909
Dierekt Mrs. G. Gerritsen, 55 West. 18 Str. Holland,
Michign, USA, Postst. Veldhausen
Direct: Mrs. G. Gerritsen 22. W. 17th Street, Holland, Mich.
An. Mrs. G. Geritsen, Holland. Michgian. U.S. Amerika R.F.D.
No 1, Postst. unleserlich
Thesinkfeld, den 17. November 1891 (H.H. ten Brink)
Geachte Neef en
nigte en kinderen.
Uwen brief van
den 3 August hebben wij op tijd ontvangen en daar uit uwen welstnd gesien,
hetwelk ons zeer verblijde.
Bijd dese
gelegentheid moet ik u mede delen dat mijn Moeder den 2 August overleden is in
den Ouderdom van 80 Jaren, en .... Eene maand is zij krank geweest, hare
krachten namen af en het lichaam was verschleten. En zij velangde ook niet meer
te leven.
Zij is in het
gelove gestorven, gelukkig die zoo sterven mag, dan is sterven geen sterven,
dan is het maar een overgng uit dit moite volle leven in een Ewig gelukzalig
leven waar alle tranken voor Ewig worden afgewist. De weg om zoo te sterven is,
dat wij ons leven den Heere wijden en hem dienen met een volkomen hart en
dagelijks zijn aangezigt zoeken op omnze knijen (knien, gjb).
Uwe huisplaats is
nog woest en ledig. Op den Dijk is den 11 September weer brand geweest bij B.H.
Meinderink is het aangekomen. En J.H. Reetmeijer zijn huis die beiden zjn
afgebrand. Reetmeijer hat verdigkert, Mei(n)derink niet, die lyden veel schden.
Frits Harmeling is nog niet weer getrouwd en men hoort er nog niets van. A.
Nyhuis heeft dat huis zoo watduisent gulden gekost een goede buur is het niet,
hij komt zoms sterk aan de
Fehlt eine Zeile?
Maar de Heere trad tusschen beide. Berend werd verleden winter bekeerd. En zij beiden
zijn in het voorjaar bij de gemeente aangeschloten, zoo kann de Heere van
vijanden vrinden maken. Brookman uit het Oterwald en zijne vrouw zijn ook
verleden zomer bij de gemeente aangeschloten en Moeke de man van Katten Hille.
En de man die voor Gerriet Hatger in plaats gekomen is uit Kaspel Emlenkamp,
dat is verblijdend. Dat nog nu en dan leden tot haar getal worden toegedaan. En
wat nog het beste is, dat er goede leden bij komen. Brookmans en Meinderinks
zijn bidders, dezulken vaart de gemeente het best bij, die ander beiden weet ik
niets van.
Ds. Schoemaker is
tegenwoordig goet teregt. Hij preekt ook bij uitnementheied. Ook heeft hij
dezen tijd huisbezoek gedaan. Hij heeft betuigd, dat hy nog nieuw leven
bespeurd had
Beurt is het nog al
bij het oude. Jan Mensing heeft dit zomer eenen zoon overwonnen. U heeft
gevraagt wie of zig tegen Vogel had verdedigt,dat heeft Schoemaker gedann. Ds.
Vogel schreef over den titel over de aanspraak hoet dat des menschen zoms
titelleert werden als Eerwaarde en hoogeerwaarde Heer.
En daar over was
de kwessie het was kittery (Ketterei?) van –vogel. Schoemaker werd daarover
zeer gebelgt, dat hij in de Grensbode (Zeitung) niet meer wilde schrijven, maar
het heeft dat gevolg gehad, dat Ds. Vogel voor Schoemaker belijdenis gedaan heeft op de laatste Classis
en nu is het weer uit den weg. Vogel heeft bekend dat hij te ver gegaan was. Nu
moet ik voor ditmaal eindigen. Als gij Ds. Steffens spreekt, Groet hem van ons
en al wie naar ons vraagt.
Groet uw zuster
en uw swager A. Wolf. Ontvangt dan ook gij van ons de hartelijke groete:
Thesingfeld, den 17. November 1891, H.H. ten Brink. Schrijft spoedig weer
MS-Nummer 26
Lutten 15. Juli
97
Gel. Vrienden!
In Veldhuizen
hebben wij zoo nu en dan nog wel eens gehoord, hoet het met U ging en van daar
is ook het verzoek van U tot ons gekomen, om U nog eens te schrijven. Zeker
zult Gij wel denken dat wij U al reeds lang vergeten hebben, daar wij nooit
iets van ons laten horen. Het is echter verre van. Zoo gaarne praten wij hier
in Lutten nog eens weer over oude tijden en dan gedenken wij ook gedurig aan U.
Lief en leed hebt Gij met ons door gemaakt en ofschoon onze lieve Henni en
Johan U nooit gezien hebben, kennen zij den naam “onze Trui” heel goed en weten
zij, dat wij over geen alldaagsche kennissen spreken, wel ver uit het oog, maar
uit het hart zult Gij nooit verdwijnen bij ons
Door Gods
goedheid verheugen wij ons allen in eene goede gezondheit en welstand. Pa gaat
het best in zijne nieuwe gemeente en wij mogen er ook alle graag wezen. Het is
een vriendelijkestreek en de menschen zijn gezellig en aangenaam in den omgang.
Bertha en Geziena zijn in huis en kunnen met zijn beiden het werk genoeg af,
zoodat Mama eens wat kan uitrusten, van haar moeitevolle leven, dat zij lange
jaren gehad heeft. De beide kleintjes Henni en Johan veraangenamen haar het
leven. Dat de naam Henni droeve herinneringen opwekt uit het verleden en den
band der liefde tot deze 2de Henni versterkt kunt Gij evengoed
begrijpen als wij. Papa en Mama zijn beiden uitstekend gezond en Pa kan zijn
werk nog heel goed in de gemeente verrichten. Ook Vertha en Geziena kunnen hun
werk geregeld verrichten en glijdt
Hun leven
tamelijk gezellig en kalm daar heen. Herm is in de 3de klas in
Kampen en hoopt straks als predikant op te treden na voltooide studie. Ik ben
in Kampen bij gezondheid nog 2 jaarstudent. Wij voelen ons beide gelukkig, ons
in den weg te bevinden, toot dienaardes Evanglies, en om straks den Heere in
Zijne gemeente te dienen. De weg daartoe is moeielijk, maar onder den zegen des
Heeren hopen wij het te bereiken. Hoet het in Veldhuizengaat, weet Gij zeker
wel van de familie daar. Onze geliefde Oma is voor 1 ½ jaar overleden, haar
begeerte was te sterven en nu juicht zij met de triumphierende kerk in den hemel.
Dat wij dat mogen hopen, weet Gij wel uit den omgang met haar. Opa leeft nog,
is echter oud en zwak en wil gaarne dat een van ons bij hem is, wat ook gedurig
het geval is. De andere familie is nog niet zooveel veranderd. Hoe gaarne
zouden wij nog eens met U eenigen tijd omgaan en U nog eens wederzien. Stof tot
praten zouden wij wel hebben. Den gezelligsten tijd van ons boen (Buben?)
hebben wij in Veldhuizen doorgebracht en Gij waart in huis bij ons als
familielid. Nauwelijks wisten wij kinderen anders. Doch reeds lang is dat
voorbij. Jaren zijn voorbij gezeild? En dat het leven een damp is, zult Gij wel
kunnen begrijpen, ten minste mijn ouders zijn er van overtuigd wanneer zij
denken over den langen reeks jaren, die reeds achter hunnen rug is. Verleden
jaar hebben wij herdacht, dat Papa 25 jaar predikant was en voor 3 weken, dat
Papa en Mama 25 jaar getrouwd zijn. Vooral in die dagen worden wijgewezen op de
koortstondigheid van ons leven. Hoe vele goede vrienden van U en ons zijn reeds
door den dood weggenomen en in de veldhuizer kerk zou het u reeds
Fehlt sinngemäß:Fremd vorkommen, etc.
Röttgert Schoemaker
Nummer MS-029
Tinholt den 27.11.1908
Geliefde Nigte en
Kinderen
Daar wij nog niet
eerder met elkander hebben geschreven, neem ik de pen ter hand, U een paar
letteren te schrijven en dat volgens opdragt van mijn Broeder, om u de droevige
omstandigheden te laten weeten, dat Moeder, Uw Tante is overledeeden, en dat al
den 5 November. Geehaed (Gerhard?) wiste niet, of hij het regte adres wel
hadde, toen zijden wij, wij konden dat wel naar U schrijven, wanneer wij maar
schrijven aan L. Hoffmeijer, dan kwam het wel over. Maar nü moet ik maar voort
bekennen, wij hebben
Te lang gewagt,
gij moet het ons niet kwalijk neemen het is door nalatigheid heen gegaan, zij
was 86 jaar en 8 maqand zij heeft maar 4 dagen krank gewezen aan
Lungenentzündigung. Zij was te voren nog altijd vlug en sterk, zij heeft nog 8
dagen te voren hier geweest, zij missen haar nog wel bij den dag al was zij
oud, zij zat nog noeit stil, ook hebben zij al 5 kinderen, 3 gaan naar school.
De oudstee is bijna 13 Jaar en de kleinste bijna 4 Jaar, 3 Jonghens en 2
Meisjes. Wij hebben 7 kindern in het leven en 2 dood, onze oudste Zoon Albert
wordt 26 jaar, heeft ook 2 Jaar gedient in Colmar, de 2e Arend is nü
onder Dienst in China. Hij
is buitenlands in
Asien. Hij komt dit voorjaar weer terug, zoo wij niet anders weeten, gaat het
hem goed. Het is naar de zelfde streek, waar onze Neef Jan Naber ook geweest
is. De 3e is Diena, wordt 21 Jaar en de 4e Gerritjan is
17 Jaar woont bij mij(n) Broederl. De 5e Bertus is 14 Jaar is in
hüis, en twee gaan nog naar School Rika is 11 Jaar en Berta 8 Jaar. Zij hebben
doorGods goedheid alle hün goede verstand, en ik en Harm zijn beide ook nog wel
sterk, wij hebben te zamen een vergenoegd leven, en hebben goed ons Brood,
hetwelk in dit leven al eenen groten rijkdom is. Ons Vee bestaat in 6 koeijen
en 5 starken te zamen
11 stuk en
zwijnen 4 Beers en 2 Motten, en twee geslagt, en een koe. Hier zijn op heeden
veel kranke Menschen, en sterven ook veel. Ook zijnvoor 8 dagen bij Kamps in
Veldhüisen nog 2 gestorven, oude Kamps en zijn zoon. De Famielie zo wij niet
anders weeten, zijn alle wel. Nu schrijft gij is, hoe of het u daar gaat en hoe
veel kinder gij hebt. En schrijft dan u goede Adres, dan zullen wij u is weer
schrijven. Nü moet gij het van moeder de Famielie van uw broeder daar ook
weeten laten.
IN hope dat gij
deze lettern in Gezondheid mogt ontvangen blijven wij Uw liefhebbende Neeft en
Nigte H. Bielefeld Geertrui Bielefeld.
Nummer MS-029
Anfang fehlt
Oder evtl. Vorderseite.#
Brief von A.
Konjer
Johanna Gommer is
dit Sommer in Amsterdam gehuwdt. Treu is nog bij Jan in huis, die is ok siek geweest
die is ok niet sterk meer. Jenne in Ulsen heeft all twee kindern. Tante Brink
is nog gesond, sij wordt oudt. Bij Bonken gaat het goed. Janna wordt niet
gewaar, dat haar man weg is. Haar Sohn Benhard is ook Broer? En die gaat het
goed. Lukas sijn Broder Ever(t) is dit Somer ok gestroven. Tante in Hellendorn
is nog het silde (selvde). Sij word ok oudt. Nu süster het een en ander heb ik
u medegedee(l)t en bij dat alles kan men sien, dat alles an de verandering
nderworpen is en dat de tijd voorbijschnelden. Onse jaren vliegen als een
weeverspuul daar heen en ook ee(n)mal sall van ons gesegt worden, dat wij niet
meer sijn. Wij sijn hier maar Pellgrimreisiger wij hebben hier geen blijvend
Stadt. Och mogdt de Heer ons aller deel sijn, dan hebben wij niets te vreesen,
och süster, wij sijn nu ver van elkander verwijder(t), maar als de Heere ons
deel mag wesen, dan sullen wij ons nog ee(n)mall weer anschouwen en alle die
gene die ons lief en dierbar
Waren. Dat is de
wensch mijns harten.
Groet tog vooral
de Kinderen van Broeder Albert heeft Fenna en haar man ok nog Boederij of niet?
Hebt gij ook nog een pard of doet gij om niet als weeven. Gij moet ons het een
an ander eens schrijven. Broeder Lambert met sijne vrou sijn idt Somer op een
Sondag middag nog bij ons geweest. Die zijn goed gesond, wij hebben hen uwen
vorigen Brief ok nog lesen laten. Süster neemt mij mijne naltigheid niet
kwalijk. Tot het schrijven kan ik niet komen, ikheb aan nichte te Meppelt in
geen twee jahr meer geschreven.
Folgt noch kleinere, schlechtere und fehlerhaftere Schrift:
Lieve Zwaager en
Zwäägerin en Kindern, ik vat de pen op om een paar Regelste schrijven.
Westenberg die 2
Hondert Gülden, daar is 1 Hondert güoden de Kerk er beeter van, was der dat
stond op de kerk, dat hebben niet behoven uit te betaalen. Het Erve van Voest
dar is bijzoner niet aan de Kerk van komen. Zij hebben bei haar Leven een
Jonksken bei har genomen, van Meirink van Bekelt, kerspel Nordhoorn, die is nü
14 jaar oud. Mohs (Moss) en Röper geb. Brokman die zein monders (Vormund) en zo
word het Eerve dor diens boder bepleskij?? Die ouders moesten er afzien volgens
de Wett Kreijjgt Gei ok noch de Grensbode. Wei hebben tot hier toe een zaagt
Winter. Hendrikien Lankamp is Frau bei Levers Pekadi (Piccardie) ik moet Eindigen
het papier word te klein. Legt de pen voor Gutt mar niet neer, mar schreivt.
Hartleik gegroet
van ons en Kinder, A. Konjer