Artikel von Jan-Kees Karels
in Reformatorisch Dagblad,  Donnerstag,  06.11.2003, S. 19

 
 

VNK richt schijnwerpers op relatie Nederland en Duits graafschap¶

 

De band met Bentheim¶

 

Het kerkelijk grensverkeer tussen het Duitse graafschap Bentheim en Nederland is altijd intensief geweest. De Nederlandse Vereniging voor Kerkgeschiedenis wijdt er zaterdag een themadag aan. ¶

 

Tal van Nederlandse dominees hebben hun wortels in Bentheim, achter Overijssel. Jan Bavinck bijvoorbeeld, vader van de illustere gereformeerde dogmaticus Herman Bavinck. In het Duitse graafschap is tot diep in de twintigste eeuw in het Nederlands gepreekt. Boeken van Nederlandse theologen vonden er aftrek: Hellenbroek, A Brakel en Lodenstein.¶

 

Geesjen Pamans¶

Sporen van die band met Nederland zijn tastbaar. Wie bij Tubbergen de grens passeert, komt al gauw door het dorp Uelsen. Midden in het dorp staat de Evangelisch-reformierte Kirche. Op het naambord staat tussen haakjes: Hervormde Kerk. Het robuuste gebouw werd na 1131 in zandsteen opgetrokken. In de achttiende eeuw werd er een meisje gedoopt dat misschien wel één van de merkwaardigste figuren uit de Bentheimer kerkgeschiedenis zou worden: Geesjen Pamans, bekend tot over de grenzen vanwege haar geestelijk leven en vrome levenswandel. Adellijke dames, studenten en predikanten, kinderen en boeren bezochten haar nederige stulp in Neuenhaus om vrome lessen te krijgen. Haar ”Gods genade verheerlijkt, of Egt verhaal van geestelijke bevindingen”, en haar verklaring van Psalm 23 worden onder Nederlandse bevindelijk‑gereformeerden gelezen. Pamans zag er zelf geen bezwaar in als vrouw geestelijke leiding te geven: „De Heere kan het gebruiken, ook al is het geen mannenwerk.” Inmiddels zijn vrouwen in haar kerk tot het ambt toegelaten.¶

In Uelsen is, evenals in de meeste andere Bentheimer dorpen, verder een Rooms‑Katholieke Kerk, een Evangelisch‑Lutherse Kerk en een zogeheten Altreformierte Kirche. Het verband van de Evangelisch‑altreformierte Kirche (EAK) telt 13 gemeenten in Bentheim en Ostfriesland, verdeeld over zo’n 7000 leden. De Altreformierten zijn de Bentheimer afgescheidenen: de eerste gemeenten zijn gesticht door A. C. van Raalte en H. de Cock.¶

Nog even in getalletjes: de luthersen maken 17 procent van de Bentheimer bevolking uit, de rooms‑katholieken 30 procent, de Reformierten 45 procent, de Altreformierten 5 procent.¶

 

SoW¶

Die laatste naam moet je niet letterlijk vertalen, want de Bentheimer Altreformierten hebben niets te maken met de Nederlandse oud‑gereformeerden. Sinds 1923 hoort de EAK officieel bij de Gereformeerde Kerken in Nederland, maar nu de SoW‑fusie ten einde loopt, komt er aan die band een eind. De EAK zal geen deel uitmaken van de toekomstige Protestantse Kerk in Nederland. Wel blijft er een nauwe relatie bestaan. Zo zal de PKN de opleiding van altreformierte predikanten blijven verzorgen. Ook op terreinen als zending, verzekering, pensioen en wachtgeld werken de kerken nauw samen. Twee Altreformierten zullen stemhebbend lid zijn van de PKN‑synode, en één PKN’er van de Altreformierte synode. Het staat allemaal in een associatie‑overeenkomst, die beide synodes dezer dagen in behandeling nemen.¶

Komt de band met Nederland op een lager pitje te staan, met de Duitse Reformierten wordt ze daarentegen sterker, zegt dr. Gerrit Jan Beuker, preses van de EAK‑synode. Bij zijn voordeur wordt je begroet door een ‘Abraham’. Wat eens een garage was, is nu een van boeken uitpuilende studeerkamer. Beuker is een actieve man: tijdens het gesprek staat hij telkens op om brochures, synodestukken, pamfletten en boeken aan te voeren. ¶

„We zijn Gemeinsam unterwegs, samen op weg, zou je kunnen zeggen. Maar het betekent bij ons wel wat anders dan in Nederland. Als Altreformierten en Reformierten zeggen we dat we dicht bij elkaar staan, veel proberen samen te doen, maar nog geen idee hebben hoe we samen in één kerk terecht zouden kunnen komen.” Komende maand zullen zowel Reformierten als Altreformierten een stuk op hun synode bespreken, waarin de samenwerking is geregeld. Sommige punten liggen best complex: de Reformierten zijn bijvoorbeeld aangesloten bij de EKD, het grote dakverband van Duitse protestanten, de Altreformierten niet. Theologische kandidaten kunnen ze onderling niet erkennen.¶

Overigens onderstreept Beuker wel dat de Altreformierten behoudender zijn dan de GKN, waar ze jarenlang toe behoort hebben. „Ik herken me beter in de Christelijke Gereformeerde Kerken. Wij gaan ook niet mee met het homo‑huwelijk.”¶

 

Kerkelijke misstanden¶

In Nordhorn, enkele kilometers ten zuiden van Hoogstede, woont Gerhard Plasger, een bekwaam kenner van de Bentheimer kerkgeschiedenis. In zijn boekenkast staan diverse oude drukken van Nederlandse schrijvers: de tweedelige Redelijke Godsdienst van A Brakel, de Werken van Sluiter, een Statenbijbel met de Psalmberijming van 1773. Erfstukken, zegt Plasger, terwijl hij ze één voor één uit de kast haalt. Voorin de boeken staan allerlei familiekrabbels en goede wensen, soms meer dan 150 jaar oud. Of een gedichtje. „De Bybel wyst den Heiland aan. Door wien wy naar den Hemel gaan. Men moet, zoo men wil zaalig wezen, gestadig in den Bybel leezen.”¶

Terwijl Plasgers echtgenote in kopjes van Chinees porselein de thee serveert, geeft Plasger interessante beschouwingen weg. „Vanaf Bad Bentheim kwam het Bentheimer steen met paard en wagen naar Nordhorn. Vandaar ging het per schip naar Amsterdam, via de Zuiderzee. Het Paleis op de Dam is opgetrokken in Bentheimer steen.”¶

De graven van Bentheim, Arnold I en II, hebben een belangrijke rol gespeeld in de Reformatie, vertelt Plasger, zelf lid van de Evangelisch‑reformierte Kirche. Een zus van de gravin van Bentheim schreef brieven met niemand minder dan Calvijn. In 1544 ging het graafschap over tot de nieuwe leer. Relatief laat –  volgens Plasger heeft het te maken met het feit dat in Bentheim weinig sprake van kerkelijke misstanden is geweest.¶

En dat er weinig misstanden waren, is weer te danken aan de invloed van de zogeheten Moderne Devotie, een laat‑middeleeuwse vroomheidsbeweging die in het Bentheimer klooster Frenswegen invloed had. Het klooster ligt op enkele kilometers afstand van Nordhorn. Plasger zet z’n pet op en rijdt voor me uit naar Kloster Frenswegen.¶

Het imposante gebouw is vrijwel ongedeerd gebleven, op de kerk na. Er is tegenwoordig een oecumenische stichting in gehuisvest, waarin, naast de vier genoemde kerken, ook de doopsgezinden en de hernhutters participeren. De barokke voorgevel is uit 1742, zegt Plasger, terwijl we het gebouw binnengaan. Het is ingericht voor congressen, seminars en Tagungen. ”Ruimte voor het wezenlijke”, kopt een folder. Plasger wijst op een dichtgemetselde deur. „Daardoor gingen de monniken vanuit hun slaapkamer de kerk binnen.”¶

 

 

"Jullie hebben ons een schurftig schaap gestuurd"

 

 Een zakenman uit Westfalen spreekt, ergens in het jaar 1610 een Hollander aan. "Jullie hebben ons destijds een schurftig schaap op het dak gestuurd, die ons in verderf en ellende heeft gestort. Nu sturen wij jullie als vergelding een gortige Westfaalse vorst."

 

Met dat "schurftige schaap" doelde de zakenman op de wederdoper Jan van Leiden. Diens nogal hoge ideaal van een duizendjarig Godsrijk op aarde was in 1535 in bloed gesmoord. De nawerkingen van het radicale doperdom waren in Bentheim en omstreken voelbar. Enkele families uit het dorpje Emlichheim - bekend geworden als de "frommen Kinder aus Emlichheim" - verlieten het graafschap en sloten zich bij radicale doopsgezinden aan. Zo vroom waren ze trouwens niet, want ze roofden kerken leeg en schrokken voor moord niet gerug. In Overijssel maakten ze de boel onveilig. De laatste bandieten werden eind jaren veertig in Bentheim opgepakt en werden terechtgesteld.

Met de "gortige Westfaalse vorst" doelde de zakenman onmiskenbaar op de Steinfurter theoloog Conradus Vorstius. In Steinfurt was de theologenopleiding Arnoldinum, waar Vorstius veertien jaar lang les gaf voor hij naar Nederland kwam. In die tijd waren de graafschappen Steinfurt, Bentheim en Tecklenburg in het bezit van graaf Arnold IV. Vorstius werd in Leiden tot hoogleraar in de theologie benoemd, als opvolger van Arminius. Zijn benoeming maakte felle protesten los, omdat ernstig werd getwijfeld aan zijn rechtzinnigheid.

Of het gesprekje tussen de zakenman en de Hollander werkelijk heeft plaatsgehad, is moeilijk te achterhalen. Het kan ook verzonnen zijn door de fel contraremonstrantse ds. Wilhelm Baudartius, die het in zijn "Memorien" neerschreef. Het aardige beeld maakt in elk geval duidelijk hoe de omstreden Vorstius de relatie tussen Nederland en Westfalen lange tijd heeft verstoord.

Over de betekekenis van het Arnoldinum in Steinfurt voor de Nederlandse en Bentheimse gereformeerde kerk schreef de Goudse kerkhistoricus dr. Paul H.A.M. Abels een boeiend artikel. Het is opgenomen in de bundel "Nederland en Bentheim. Vijf eeuwen kerk aan de grens", geschreven door prominente kenners van de geschiedenis.

De andere bijdragen in die - voor een deel Duitstalige - bundel gaan over de reformatiegeschiedenis, de overgang van graaf Ernst Wilhelm naar de Rooms-Katholieke Kerk, de oudedagsvoorziening voor predikantsweduwen, het gebruik van het Nederlands in de Bentheimse kerken, kerkenbouw in Twente en Bentheim, de grensoverschrijdende activiteiten van duivelsbanners, de "moeder in Israël" Geesjen Pamans enzovoort.

Het boek zal zaterdag in Bad Bentheim worden gepresenteerd tijdens de kerkhistorische dag van de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (VNK). In diverse lezingen komt het kleurrijke verleden van deze regio naar voren. Sprekers zijn dr. Heinrich Voort, streekkenner, Wim Kuiper, bekend met het doperse verleden, drs. Dick Schlüter, mentaliteitshistoricus op het terrein van hekserij en bijgeloof, en dr. Gerrit Jan Beuker, predikant in de Altreformierte Kirche te Hoogstede.

Om 10.00 uur begint de bijeenkomst in het Ev.-ref. Gemeindehaus in Bad Bentheim, aan de Dorfstraße 20. Prinz Oskar zu Bentheim geeft een rondleiding door het middeleeuwse bergkasteel, dat eeuwenlang gezichtsbepalend is geweest voor kerk en samenleving in Bentheim.

 

De VNK werd in 1989 opgericht en wil de bestudering van de kerkgeschiedenis bevorderen. De vereniging richt zich zowel op professionals als op geïnteresseerden. Vier keer per jaar wordt het Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis aan alle ruim 400 leden toegezonden.

Informatie over de VNK: J.C. Okkema, Stadhoudersweg 108A, 3039 CK Rotterdam (j.c.okkema@freeler.nl).

 

Zurück zur homepage von Pastor Dr. Beuker