|
In de schoenen van Hendrik de Cock Buchrezension erschienen in Nederlands Dagblad vom 19.11.2004, (Het Katern, S. 4) n.a.v. H. Veldman,
Hendrik de Cock. Afgescheiden en
toch betrokken „Maak er een verhaal van!“ Dat heeft prof. dr. Auke Jelsma vaak tegen mij gezegd, toen ik in Kampen bezig was met mijn promotiestudie over Henricus Beuker (1834-1900). Harry Veldman, (geb. 1942) die gewerkt heeft bij het gereformeerd voortgezet onderwijs in Groningen, heeft nu een boeiend verhaal over geschreven over Hendrik de Cock (1801-1842). De Cock was de eerste afgescheiden predikant in 1834. Motieven van het boek Al lijken heden de onderlinge strijdpunten van de Afscheiding verdwenen, Veldman betwijfelt sterk, dat ze werkelijk opgelost zijn (9). Hij is overtuigd: „De Cock heeft gereformeerden (en hervormden) van de 21ste eeuw nog veel te zeggen“ (11). Hij vindt De Coks diepste motieven en de gang van zaken bij de hervormde synode van toen belangrijk. Veldman wil het „gereformeerd-oecumenische karakter van de Afscheiding“ in beeld krijgen en haar „enorme betrokkenheid op het erfgoed van de Reformatie“ (10). Deze opzet van het boek wekt hoge verwachtingen en het is de vraag, of iemand die waar kan maken. Dit geldt des te meer, omdat voor Veldman „de vraag naar recht en plicht tot afscheiding – of vrijmaking – geldt in de kerk van alle tijden en alle plaatsen“ (74). Het lijkt mij, dat de auteur net iets meer vrijgemaakt-gereformeerde en christelijk-gereformeerde schrijvers en bronnen citeert dan andere. Tweeslachtig De tweeslachtigheid van het verhaal van de Afscheiding wordt direkt in het begin al duidelijk. De Cock is „de eerste predikant die vanwege zijn vasthouden aan de gereformeerde belijdenis niet verder mocht dienen in de Hervormde kerk“ (9). De Cock verkeert hier in een passive houding. Maar even verder zijn het de onbeantwoorde vragen van het kerkvolk, waarom hij tot afscheiding overging en … "zo’n stap heeft gedaan?“ (11). Is de Cock nu uitgezet of uitgegaan? Werd met hem gehandeld of heeft hij zelf gehandeld? Was hij de actieve of de passieve partij? De tijd van heden is niet de tijd van De Cock, ook al is zijn persoon belangrijk genoeg om zijn leven en werk te herwaarderen. Voor mijn gevoel zou er iets meer distantie nodig zijn tussen drs Veldman, de auteur van het nieuwe boek, en De Cock, die in 1842 is overleden. Maar misschien kun je een boeiend verhaal alleen vertellen, wanneer je helemaal gaat staan in de schoenen van je hoofdfiguur. De titelpagina van het boek laat een oude dorpskerk zien met verlichte ramen, die hun schaduw naar buiten werpen, midden in het groene grasland naast een grote boom in het licht van de ondergaande zon. Hoewel het bijna donker is, is de torenklok in duidelijk helder blauw goed te lezen: het is tien uur of tien minuten voor twaalf op de klok. Het boek wil volgens mij ook een beetje de noodklok luiden in de tegenwoordige kerken: „betrokkenheid op het erfgoed van de Reformatie“, vasthouden aan de gereformeerde belijdenis. Het gaat om de ‘roots’ in de actuele kerkelijke positie (9). De «verborgen doelen» van de auteur Veldman treden in deze weinige zinnen vrij duidelijk naar voren. Verhaal Een verhaal te schrijven hoeft. Veldman niet meer leren. Hij vertelt een boeiend verhaal over ds. Hendrik de Cock (1800-1842), de “afgescheiden en toch betrokken” kerkverlater, die 1834 de aanzet gaf tot het ontstaan van ook later steeds weer scheurende en opnieuw zich verenigende Gereformeerde Kerken. Veldman wil in dit boek „heel gewoon naast Hendrik de Cock gaan zitten en hem scherp observeren in zijn werk voor de kerk“. „De aanleiding is heel gewoon: omdat hij (ruim) twee eeuwen geleden is geboren.“ (11) De kracht van dit boek is het verhaal. In maar liefst 37 hoofdstukken volgen we het leven van en het gebeuren rond De Cock van zijn geboorte in 1801 tot aan zijn dood in 1842. De meeste hoofdstukken tellen vier of vijf paginas; het langste gaat over de opleiding van aangaande predikanten (elf). Het heeft als opschrift: „De Cock leidt bakkers en boeren op tot predikant“ (172). Het gaat hier om mensen uit allerlei vak en stand: dertig mannenbroeders gaan tussen 1836 en 1842 bij de Cock in de leer; 21 van hen worden kort besproken. Bij het overlijden van de Cock staan nog 35 studenten bij hem ingeschreven. Voor mijn gevoel concentreert Veldman de zaak van de Afscheiding soms te sterk op de persoon van De Cock. Een enkel voorbeeld: „Volgens de telling van dr. Wesseling heeft De Cock 30 mannen geëxamineerd en daarvan 27 toegelaten“ (175). Ook al verwijst Veldman direct naar de bronnen, de Notulen van de Provinciale Vergaderingen Groningen en Drenthe, het is toch niet De Cock, die examineert en toelaat tot het ambt. Dit is het werk van genoemde vergaderingen! Het verhaal wordt soms iets langdradig als de auteur in maar liefst drie hoofdstukken de „apostolische reis“ van De Cock de stichting van zoveel aparte gemeenten beschrijft. Het doel, om naast iedere hervormde gemeente ook een afgescheiden kerk te stichten, werd lang niet bereikt. Duitsland Met rode oren heb ik in hoofdstuk 35 over „Hendrik de Cock in Duitsland” gelezen. Het gaat dan over de geschiedenis van kerken, waarmee ik mij sinds meer dan 25 jaar bezig houd naast mijn werk als predikant in deze Evangelisch-altreformierte Kirche in Niedersachsen. „Hoe komt De Cock ertoe om ook daar de Afscheiding door te voeren?“ vraagt Veldman (189). Maar De Cock heeft in Bentheim niet de Afscheiding „doorgevoerd“! Hij heeft alleen de eerste, voor zijn komst gekozen ambtsdragers van de gemeente Bentheim op 7 mei 1840 in hun ambten bevestigd en wat kinderen gedoopt, omdat de afgescheidenen in het Graafschap Bentheim tot 1848 geen eigen predikant hadden. Er bestond en bestaat ook niet een Evangelisch-Lutherse Kerk of een Reformierte Kirche, zoals Veldman aanduidt. Er bestaan en bestonden talloze Landeskirchen. En het werk van de oefenaars in het Graafschap Bentheim is veel ouder als het optreden van Harm Hindrik Schoemaker omstreks 1834. Ik heb ook ergens in een van mijn boeken duidelijk gemaakt, dat geen veertig maar waarschijnlijk alleen maar dertien mensen in de gemeente van Uelsen op 1 januari 1838 de Acte van Afscheiding of Wederkeer ondertekend hebben. Op deze datum heeft Albertus van Raalte de vooraf gekozen ambtsdragers van deze gemeente bevestigd. Het boek valt prima te lezen. Zelfs een ervaren kerkhistoricus zal er heel veel nieuwe en interessante dingen in vinden. De auteur “verricht nog nader onderzoek naar de biografie en theologie van Hendrik de Cock en hoop(t) het resultaat ervan eens als proefschrift te presenteeren“ (211). Ik hoop, dat het ook dan weer een vloeiend en leesbaar verhaal gaat worden. Het boek, dat nu is uitgekomen beveel ik graag aan.. Het gaat tenslotte om een van de belangrijke verhalen en personen in de geschiedenis van Gods Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden – en daarbuiten. Voor het eerst heeft Veldman ook het dagboekje van De Cock uit zijn tijd in de gevangenis van 28 november 1834 tot 25 februari 1835 gepubliceerd en in de voetnoten van veel toelichtingen voorzien (215-241; bijbehorende voetnoeten 243-271). Het zou fijn zijn, als de lezer van deze recensie „de blijvende betekenis van het werk van Hendrik de Cock“ (208 f.) zelf zou willen ontdekken. Pastor Dr. Gerrit Jan Beuker
|
Zurück
zur
homepage von Pastor Dr. Beuker |