De
'Evangelisch-altreformierte Kirche' (EAK) in Duitsland
en haar
toekomstige positie
Er zullen niet erg vele lezers van
het CW zijn, die weet hebben van het feit dat er ook nog een kerk in
Duitsland is, die tot nog toe bij het kerkverband van de Gereformeerde
Kerken in Nederland hoort. Hoewel, wie dat wil, kan zich heel vlug
informeren door het Kerkelijk Jaarboek te raadplegen, want daar staan haar
gemeenten achter de kerken van Noord-Brabant en Limburg, met de toevoeging,
dat zij zich in 1923 voorlopig aangesloten heeft bij de Gereformeerde Kerken
in Nederland.
Het gaat hierbij om veertien
gemeenten, acht in het Graafschap Bentheim, vijf in Oostfriesland en één in
Wuppertal. De laatstgenoemde gemeente gaat gerug op Kohlbrugge in de 19e
eeuw, alle andere zijn ontstaan op grond van een afscheiding, die tijdgelijk
met die in Nederland ontstond, hoewel met eigen achtergronden en
omstandigheden. Het gaat hier maar om een kleine groep gemeenten met bij
elkaar ruim 7000 leden; toch mag de invloed, die in het verleden van haar
uitging, niet onderschat worden.
Ik zou het aantal predikanten, die
naar Nederland beroepen werden, niet kunnen schatten. Het begon in de 19de
eeuw met ds. Jan Bavinck, de vader van de bekende dogmaticus Herman Bavinck
(eerst in Kampen, daarna aan de VU). Hij was één van de eerste predikanten
in de genoemde Duitse kerk. In de Christian Reformed Church in Amerika
stamden omstreeks het jaar 1900 zelfs 30 % van alle predikanten uit de
Altreformierte Kirche.
Goed gedaan
De tijdelijke aanbinding aan de
Gereformeerde Kerken in Nederland heeft de Altreformierte Kirche in het
verleden goed gedaan, voor een verdergaand isolement bewaard en haar steeds
weer betrokken bij de wereldwijde vragen van de eigen tijd. Talrijke
Nederlandse predikanten hebben in de loop der tijden deze kerk gediend. Aan
het zendingswerk op Sumba nam zij reeds lang vóór deze aansluiting deel. Op
de Generale Synode is zij steeds met eigen afgevaardigden aanwezig; nog niet
zo lang geleden vergaderde de Generale Synode in Bentheim, en straks zal
daar een Generale Synode Emden op volgen.
Nauw betrokken was en is de
Altreformierte Kirche ook bij de beide theologische opleidingen in Kampen
en in Amsterdam, waar sinds de eerste decennia van haar bestaan steeds ook
studenten uit Duitsland werden opgeleid.
Ik acht het een eer, als lid van deze
kerk langere tijd aan de opleiding in Kampen te hebben mogen meewerken.
De band over de grenzen heen is ook
intact gebleven in de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Een Nederlandse
collega, die kennelijk goed op de hoogte was, liet zich een keer de
opmerking ontvallen, dat het percentage NSB-ers in de Gereformeerde Kerken
in Nederland groter geweest was dan dat van de Nazies in de Altreformierte
Kirche. Ik denk dat hij gelijk had.
Je kunt deze kerk in Duitsland niet
zonder meer en in elk opzicht met de kerken in Nederland identificeren. Er
ontbraken daar al die zuiltjes van christelijke organisaties, die in
Nederland op het leven van de gemeente een stempel drukten. Wel echter
steunen zij tal van bestaande activiteiten en inrichtingen op het terrein
van diakonie en inwendige zending. Ook wat de school betreft, liggen de
dingen geheel anders. Zo heb ik grote delen van de Heidelberger Katechismus
en vele psalmen en choralen op de 'Openbare Evangelische School' geleerd.
Een vraag, die je nogal eens
tegenkomt, luidt, of ze daar nu eerder behoudend dan wel vooruitstrevend
zijn. Ik denk dat voor beide posities goede redenen aangevoerd kunnen
worden. Zij leven zonder al die discussies over "het algemeen betwijfeld
christelijk geloof", zoals die in Nederland tot vermoeiens toe en tot schade
voor de kerk getracteerd worden. Zij houden de Heidelberger Katechismus als
boek voor de katechese in eer en gebruiken onderdelen ervan gaarne in
kerkdiensten, bij begrafenissen en andere gelegenheden. De liefde tot deze
belijdenis der reformatie verbindt haar overigens met de andere kerken en
theologen van gereformeerd/hervormde confessie in Duitsland. Men weet wat
men daaraan (te danken) heeft en hanteert hem met grote vanzelfsprekendheid
als gereformeerde vertolking van de bijbelse boodschap en als inbreng in de
oecoumene, zonder zich krampachtig zorgen te maken over tijdgebonden
formuleringen of argumentaties. Enkele jaren geleden werd dan ook een, wat
de taal betreft, modernere uitgave in gebruik genomen.
Blijvende band
In de laatste decennia zijn er
ontwikkelingen te constateren, die ertoe zullen leiden dat de dagen van de
Altreformierte Kirche binnen het kerkverband van de Gereformeerde Kerken
geteld zijn en dat zij op het tijdstip van de vereniging in Nederland het
moederschip zal verlaten, zij het ook dat hun boot als zelfstandige kerk
verder door een stevig oecoumenisch touw met de kerken in Nederland
verbonden blijft In ordinantie 14 van de nieuwe kerkorde zal één en ander
nader omschreven en geregeld worden. Waarschijnlijk zal zij zelfs verder
stemhebbende afgevaardigden naar de generale synode sturen. Het ligt voor de
hand, dat de Altreformierte Kirche ook een regeling zal maken, volgens welke
o.a. afgevaardigden van de generale synode in Nederland als stemhebbende
leden aan de synode van de Duitse kerk zullen deelnemen.
Verrast
Van welke aard zijn deze
ontwikkelingen, die daartoe leiden? Ik noem hier vooral de steeds nauwer
wordende relatie tot de Evangelisch-reformierte Kirche. In het jaar 1988,
toen de Altreformierte Kirche haar 150-jarig jubileüm vierde, werd een
gemeenschappelijke commissie gevormd, bestaande uit elk zes leden van beide
kerken. Deze commissie, die nog steeds twee keer per jaar een
werkvergadering houdt, bespreekt in nauw overleg met de synodes de te nemen
stappen om tot steeds verder gaande samenwerking te komen. Deze ontwikkelt
zich op verheugende wijze. Over en weer nemen afgevaardigen aan de synode
van de zusterkerk deel. Kanselruil behoort meer en meer tot de normaliteit.
Vindt een gemeente voor een kerkdienst geen predikant in eigen rij, wordt
een collega van de andere kerk opgebeld.
Toen in 1988 deze commissie haar werk
begon, werden wij meer dan verrast door een officiële verklaring van de
zijde der Reformierte Kirche, van wie ons voorgeslacht zich sinds 1838 had
afgescheiden. In deze verklaring lezen we b.v. het volgende: "De
Reformierten kunnen het 150-jarig bestaan van de Altreformierte Kirche niet
gedenken, zonder zich daarbij aan hun eigen schuld te herinneren. Zij hebben
in die tijd niet kennis genomen van het protest van vele gemeenteleden en
hebben zich tegenover de verwijten van de zijde van vele ouderlingen niet
open en boetvaardig opgesteld. In plaats daarvan hebben zij de critici uit
de kerk buitengesloten en de groepen van hen, die serieus in een naar het
Woord van God vernieuwde (= gereformeerde) kerk
christenen wilden zijn, met macht bestreden...."
De Altreformierte synode heeft deze
verklaring met ontroering ontvangen. Zij heeft daarop met een brief
gereageerd. Daarin heeft zij op haar beurt haar eerbeid voor de moed en
trouw van het voorgeslacht uitgedrukt; tegelijk echter zelfkritisch over
haar eigen geschiedenis gesproken. "Herhaaldelijk hebben tweederangse
vragen de discussie beïnvloed; zonder noodzaak is vaak de kloof tussen beide
kerken verdiept; niet zelden werd de reformatorische onderscheiding tussen
valse en ware kerk, zoals die zowel in lutherse als in gereformeerde
confessies genoemd wordt, bij wijze van kortsluiting toegepast op de
verlaten moederkerk." Ook het fenomeen van zelfroem en 'Rechthaberei'
bleef niet ongenoemd. Beide documenten zijn gepubliceerd en kunnen
geraadpleegd worden. Het heeft ons verwonderd, dat de kerkelijke kranten in
Nederland hieraan naar mijn weten stilzwijgend voorbij zijn gegaan.
Alleen één doel hebben beide kerken
vooralsnog niet voor ogen, namelijk dat van de hereniging. Zij zijn samen
van mening dat zij, mits in goede verstandhouding en gemeenschap met elkaar,
veel meer voor elkaar kunnen betekenen, wanneer ze het "volkskirchliche" en
het eerder "freikirchliche" kerktype naast elkaar beleven. We willen elkaar
dienen en van elkaar leren. Iemand zei ooit in dit verband: "Er kan best een
tijd komen, waarin de volkskerk geen toekomst meer heeft. Dan kan een
"Freikirche" altijd nog als model dienen."
Er zijn genadegaven, die God aan elke
kerk op haar weg heeft toebedeeld, die bij een hereniging ondergesneeuwd
kunnen raken. Of ook andersom gezegd: Er zijn bloemen, die in mijn tuin niet
willen groeien. Laat me dan God danken, dat ze in de tuin van de buurman
welig bloeien.
Taalbarriére
Tegenover deze verblijdende
ontwikkeling in eigen land staat een steeds minder wordend besef van
saamhorigheid met de Gereformeerde Kerken. Wat daar gebeurt en op de synodes
behandeld wordt, raakt hen maar zeer ten dele. De taalbarrière is ook veel
meer voelbaar dan vroeger. Op veel gebieden van inwendige zending en
werelddiakonie zijn zij in eigen land met elan geëngageerd. Voor een
antwoord op actuele vragen spitst men zijn oor eerder in richting van de
Evangelische Kirche in Duitsland (EKD) dan van over de grens.
Aan de Nederlandse kant is dat niet
veel anders. Er zijn maar weinigen, die de Altreformierte Kirche zo
kennen,dat zij betrouwbare informatie over haar kunnen geven. Zo kon men nog
onlangs in een gerenommeerd informatieblad lezen dat de Altreformierte
Kirche vooral uit Nederlanders bestond, die in Duitsland wonen. Niets is
minder waar dan dat. Het is een Duitse kerk, ook al horen er ook, zoals
overal in grensstreken, leden bij, die een Nederlands paspoort hebben.
Een laatste punt: De Altreformierte
Kirche zou ook niet meer passen in de kerkelijke structuur van de
toekomstige SOW-kerken. Alleen al de gedachte dat onze kerkelijke goederen
in Utrecht zouden worden beheerd, is absurd en waarschijnlijk ook niet te
rijmen met het in Duitsland geldende recht, hoewel deze vraag niet eens
gesteld wordt. Overigens wordt het eigen kerkelijk beheer in de Duitse
kerken nooit (!) in verband gebracht met het zogenaamde recht, met het
kerkverband te breken. Wel echter is het een uitvloeisel van eigen
verantwoordelijkheid, volgens het principe van subsidiariteit; dat wil
zeggen: De kerk als geheel moet zich alleen bemoeien met die dingen, die
plaatselijk niet geregeld kunnen worden. Het uit handen geven van het eigen
beheer zou afbraak doen aan de roeping, als gemeente op te komen voor alles,
wat voor het functioneren van het gemeenteleven nodig is.
Al met al zal de beeindiging van de
huidige status binnen de Gereformeerde Kerken niet een afscheid betekenen,
maar een blijvende verbondenheid onder nieuwe omstandigheden en in een
daarbij aangepaste nieuwe vorm
H. Baarlink |
|
Evangelisch-altreformierte Kirche (EAK) breekt met de
GKN
Meer thuisgevoel bij Duitse moederkerk
De Gereformeerde Kerken in
Nederland telt ook kerken buiten de landgrens. In 1923 sloten veertien
kerken in Duitsland, zich (voorloopig) aan bij de Gereformeerde Kerken in
Nederland. Nu de GKN Samen op Weg gaat, zullen deze kerken zich los maken
uit dit Gereformeerde kerkverband. Maar dat is niet te wijten aan SoW, stelt
Heinrich Baarlink.
Veertien
gemeenten, acht in het Graafschap Bentheim, vijf in Oostfriesland en één in
Wuppertal horen tot de Gereformeerde Kerken in Nederland.
Het gaat hier maar om een kleine groep gemeenten met bij
elkaar ruim 7000 leden. Toch
mag de invloed, die in het verleden van haar uitging, niet onderschat
worden.
De kerk ontstond in 1838 uit
een afscheiding van de Evangelisch- reformierte Kirche.
Al voordat de EAK zich in 1923
aansloot bij de GKN was er al een band tussen beide kerken. Zo werd
in de 19de eeuw met ds Jan Bavinck, de vader van de bekende dogmaticus
Herman Bavinck (eerst in Kampen, daarna aan de VU) in Nederland
beroepen. . Hij was één van de eerste predikanten in de
genoemde Duitse kerk. In de Christian Reformed Church in Amerika
stamden omstreeks het jaar 1900 zelfs 30 % van alle predikanten uit de
Altreformierte Kirche.
Goed
gedaan
De
aansluiting bij de Gereformeerde Kerken in Nederland heeft
de Altreformierte Kirche in het verleden goed gedaan. Het bewaarde
haar voor een verdergaand isolement en hield
haar betrokken bij de eigentijdse en
wereldwijde vragen. Talrijke Nederlandse predikanten hebben in de loop der
tijden deze kerk gediend. Aan het zendingswerk op Sumba nam zij reeds lang
vóór deze aansluiting deel. Op de Generale Synode is zij steeds met eigen
afgevaardigden aanwezig; nog niet zo lang geleden vergaderde de Generale
Synode in Bentheim, en in 2003 wordt de
Generale Synode in Emden gehouden.
De
Altreformierte Kirche was en is ook nauw
betrokken bij de beide theologische opleidingen in Kampen en
in Amsterdam, waar sinds de eerste decennia van haar bestaan steeds ook
studenten uit Duitsland werden opgeleid.
De band over de
grenzen heen is ook intact gebleven in de tijd van de Tweede Wereldoorlog.
Een Nederlandse collega, kennelijk goed op de hoogte, liet zich een keer de
opmerking ontvallen, dat het percentage NSB-ers in de Gereformeerde Kerken
in Nederland groter geweest was dan dat van de nazi's
in de Altreformierte Kirche. Ik denk dat hij gelijk had.
Je kunt deze
kerk in Duitsland niet zonder meer en in elk opzicht met de kerken in
Nederland gelijk stellen. Allerlei
christelijke organisaties die tijdens de verzuiling in Nederland ontstonden,
ontbraken in Duitsland. Wel steunden
deze kerken instellingen op het terrein van diakonie
en inwendige zending. Ook wat de school betreft, liggen de dingen geheel
anders. Zo leerde ik grote delen van de
Heidelberger Katechismus en vele psalmen en gezangen
op de Openbare Evangelische School.
Zijn deze kerken
nu behoudend of juist vooruitstrevend?.
Ik denk dat beide opgeld doen. Discussies over "het
algemeen betwijfeld christelijk geloof", zoals die in Nederland tot
vermoeiens toe en tot schade voor de kerk getracteerd worden, worden
er niet gevoerd. Zij houden de Heidelberger Katechismus als
boek voor de katechese in eer en gebruiken onderdelen ervan gaarne in
kerkdiensten, bij begrafenissen en andere gelegenheden. De liefde tot deze
belijdenis der reformatie verbindt haar overigens met de andere kerken en
theologen van gereformeerd/ hervormde confessie in
Duitsland. Men weet wat men daaraan (te danken) heeft en hanteert hem met
grote vanzelfsprekendheid als gereformeerde vertolking van de bijbelse
boodschap en als inbreng in de oecoumene, zonder zich krampachtig zorgen te
maken over tijdgebonden formuleringen of argumentaties. Enkele jaren geleden
werd dan ook een, wat de taal betreft, modernere uitgave in gebruik genomen.
Blijvende band
Aan de lange gezamenlijke
geschiedenis van de Altreformierte Kirche en de Gereformeerde Kerken in
Nederland komt echter binnenkort een eind. De fusie van de Samen op
Weg-kerken zal het moment zijn waarop de EAK uit het kerkverband van de GKN
zal stappen.
Natuurlijk zal er een stevige
band met de kerken in Nederland blijven. Zo worden er ook in de toekomst
stemhebbende afgevaardigden naar de generale synoden
gestuurd. En het ligt voor de hand,
dat de Altreformierte Kirche ook een regeling zal maken, waardoor
afgevaardigden van de generale synode in Nederland als stemhebbende leden
aan de synode van de Duitse kerk zullen deelnemen. Maar ze zullen
geen deel meer uitmaken van hetzelfde kerkverband.
Verrast
De breuk is niet te wijten aan
het Samen op Weg-proces. Het zijn gunstige ontwikkelingen bij de Duitse
kerken die een losmaking uit het GKN-verband mogelijk maakt. Zo is eer een
steeds nauwer wordende relatie tot de
Evangelisch-reformierte Kirche. In het jaar 1988, toen de Altreformierte
Kirche haar 150-jarig jubileum vierde, werd een
gemeenschappelijke commissie gevormd. Deze commissie
bespreekt in nauw overleg met de synodes de te nemen stappen om tot steeds
verder gaande samenwerking te komen. Die ontwikkelt
zich op verheugende wijze. Over en weer nemen afgevaardigen aan de synode
van de zusterkerk deel. Kanselruil komt ook steeds vaker voor.
Toen in 1988
deze commissie haar werk begon, werden wij meer dan verrast door een
officiële verklaring van de zijde der Reformierte Kirche, van wie ons
voorgeslacht zich sinds 1838 had afgescheiden. In de verklaring staat
bijvoorbeeld:: "De Reformierten kunnen het 150-jarig
bestaan van de Altreformierte Kirche niet gedenken, zonder zich daarbij aan
hun eigen schuld te herinneren. Zij hebben in die tijd niet kennis genomen
van het protest van vele gemeenteleden en hebben zich tegenover de
verwijten van de zijde van vele ouderlingen niet open en boetvaardig
opgesteld. In plaats daarvan hebben zij de critici uit de kerk
buitengesloten en de groepen van hen, die serieus in een naar het Woord van
God vernieuwde (= gereformeerde) kerk christenen
wilden zijn, met macht bestreden...."
De
Altreformierte synode heeft deze verklaring met ontroering ontvangen. Zij
heeft daarop met een brief gereageerd. Daarin heeft zij op haar beurt haar
eerbeid voor de moed en trouw van het voorgeslacht uitgedrukt; tegelijk
echter zelfkritisch over haar eigen geschiedenis gesproken.
Gek genoeg is in de kerkelijke kranten in Nederland
hieraan, naar mijn weten stilzwijgend,
voorbij gegaan.
Ondanks de warme contacten die
zijn opgebloeid, streven beide kerken vooralsnog niet
naar hereniging. Zij zijn samen van mening dat zij, mits in
goede verstandhouding en gemeenschap met elkaar, veel meer voor elkaar
kunnen betekenen, wanneer ze het "volkskirchliche" en het eerder
"freikirchliche" kerktype naast elkaar beleven. We willen elkaar dienen en
van elkaar leren. Iemand zei ooit in dit verband: "Er kan best een tijd
komen, waarin de volkskerk geen toekomst meer heeft. Dan kan een
"Freikirche" altijd nog als model dienen."
Er zijn
genadegaven, die God aan elke kerk op haar weg heeft toebedeeld, die bij een
hereniging ondergesneeuwd kunnen raken.
Taalbarriére
Tegenover deze
verblijdende ontwikkeling in eigen land staat een steeds minder wordend
besef van saamhorigheid met de Gereformeerde Kerken. Wat daar gebeurt en op
de synodes behandeld wordt, raakt hen maar zeer ten dele. De taalbarrière is
ook veel meer voelbaar dan vroeger. Op veel gebieden van inwendige zending
en werelddiakonie zijn zij in eigen land met elan geëngageerd. Voor een
antwoord op actuele vragen spitst men zijn oor eerder in richting van de
Evangelische Kirche in Duitsland (EKD) dan van over de grens.
Aan de Nederlandse kant is dat niet veel anders.
De
Altreformierte Kirche zou ook niet meer passen in de kerkelijke structuur
van de toekomstige SoW-kerken. Alleen al de gedachte
dat onze kerkelijke goederen in Utrecht zouden worden beheerd, is absurd en
waarschijnlijk ook niet te rijmen met het in Duitsland geldende recht,
hoewel deze vraag niet eens gesteld wordt. Overigens wordt het eigen
kerkelijk beheer in de Duitse kerken nooit (!) in verband gebracht met het
zogenaamde recht, met het kerkverband te breken. Wel echter is het een
uitvloeisel van eigen verantwoordelijkheid, volgens het principe van
subsidiariteit; dat wil zeggen: De kerk als geheel moet zich alleen bemoeien
met die dingen, die plaatselijk niet geregeld kunnen worden. Het uit handen
geven van het eigen beheer zou afbraak doen aan de roeping, als gemeente op
te komen voor alles, wat voor het functioneren van het gemeenteleven nodig
is.
De
beeindiging van de huidige status binnen de Gereformeerde Kerken zal
geen afscheid betekenen, maar een blijvende verbondenheid
onder nieuwe omstandigheden en in een daarbij aangepaste nieuwe
vorm.
Heinrich Baarlink |