Een bijdrage voor CW, zooals geschreven door Heinrich Baarlink, Nordhorn   De bijdrage, zooals verschenen in CW
van 15.11.2002, pag. 11

 

De 'Evangelisch-altreformierte Kirche' (EAK) in Duitsland

en haar toekomstige positie

 

Er zullen niet erg vele lezers van het CW zijn, die weet hebben van het feit dat er ook nog een kerk in Duitsland is, die tot nog toe bij het kerkverband van de Gereformeerde Kerken  in Nederland hoort. Hoewel, wie dat wil, kan zich heel vlug informeren door het Kerkelijk Jaarboek te raadplegen, want daar staan haar gemeenten achter de kerken van Noord-Brabant en Limburg, met de toevoeging, dat zij zich in 1923 voorlopig aangesloten heeft bij de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Het gaat hierbij om veertien gemeenten, acht in het Graafschap Bentheim, vijf in Oostfriesland en één in Wuppertal. De laatstgenoemde gemeente gaat gerug op Kohlbrugge in de 19e eeuw, alle andere zijn ontstaan op grond van een afscheiding, die tijdgelijk met die in Nederland ontstond, hoewel met eigen achtergronden en omstandigheden. Het gaat  hier maar om een kleine groep gemeenten met bij elkaar ruim 7000 leden; toch mag de invloed, die in het verleden van haar uitging, niet onderschat worden.

Ik zou het aantal predikanten, die naar Nederland beroepen werden, niet kunnen schatten. Het begon in de 19de eeuw met ds. Jan Bavinck, de vader van de bekende dogmaticus Herman Bavinck (eerst in Kampen, daarna aan de VU). Hij was één van de eerste predikanten in de genoemde Duitse kerk. In de Christian Reformed Church in Amerika stamden omstreeks het jaar 1900 zelfs    30 % van alle predikanten uit de Altreformierte Kirche.

 

Goed gedaan

De tijdelijke aanbinding aan de Gereformeerde Kerken in Nederland heeft de Altreformierte Kirche in het verleden goed gedaan, voor een verdergaand isolement bewaard en haar steeds weer betrokken bij de wereldwijde vragen van de eigen tijd. Talrijke Nederlandse predikanten hebben in de loop der tijden deze kerk gediend. Aan het zendingswerk op Sumba nam zij reeds lang vóór deze aansluiting deel. Op de Generale Synode is zij steeds met eigen afgevaardigden aanwezig; nog niet zo lang geleden vergaderde de Generale Synode in Bentheim, en straks zal daar een Generale Synode Emden op volgen.

Nauw betrokken was en is de Altreformierte Kirche  ook bij de beide theologische opleidingen in Kampen en in Amsterdam, waar sinds de eerste decennia van haar bestaan steeds ook studenten uit Duitsland werden opgeleid.

Ik acht het een eer, als lid van deze kerk langere tijd aan de opleiding in Kampen te hebben mogen meewerken.

De band over de grenzen heen is ook intact gebleven in de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Een Nederlandse collega, die kennelijk goed op de hoogte was, liet zich een keer de opmerking ontvallen, dat het percentage NSB-ers in de Gereformeerde Kerken in Nederland groter geweest was dan dat van de Nazies in de Altreformierte Kirche. Ik denk dat hij gelijk had.

Je kunt deze kerk in Duitsland niet zonder meer en in elk opzicht met de kerken in Nederland identificeren. Er ontbraken daar al die zuiltjes van christelijke organisaties, die in Nederland op het leven van de gemeente een stempel drukten. Wel echter steunen zij tal van bestaande activiteiten en inrichtingen op het terrein van diakonie en inwendige zending. Ook wat de school betreft, liggen de dingen geheel anders. Zo heb ik grote delen van de Heidelberger Katechismus en vele psalmen en choralen op de 'Openbare Evangelische School' geleerd.

Een vraag, die je nogal eens tegenkomt, luidt, of  ze daar nu eerder  behoudend dan wel vooruit­strevend zijn. Ik denk dat voor beide posities goede redenen aangevoerd kunnen worden. Zij leven zonder al die discussies over "het algemeen betwijfeld christelijk geloof", zoals die in Nederland tot vermoeiens toe en tot schade voor de kerk getracteerd worden.  Zij houden de Heidelberger Katechismus als boek voor de katechese in eer en gebruiken onderdelen ervan gaarne in kerkdiensten, bij begrafenissen en andere gelegenheden. De liefde tot deze belijdenis der reformatie verbindt haar overigens met de andere kerken en theologen van gereformeerd/hervormde confessie in Duitsland. Men weet wat men daaraan (te danken) heeft en hanteert hem met grote vanzelfsprekendheid als gereformeerde vertolking van de bijbelse boodschap en als inbreng in de oecoumene, zonder zich krampachtig zorgen te maken over tijdgebonden formuleringen of argumentaties. Enkele jaren geleden werd dan ook een, wat de taal betreft, modernere uitgave in gebruik genomen.

 

Blijvende band

In de laatste decennia zijn er ontwikkelingen te constateren, die ertoe zullen leiden dat de dagen van de Altreformierte Kirche binnen het kerkverband van de Gereformeerde Kerken geteld zijn en dat zij op het  tijdstip van de vereniging in Nederland het moederschip zal verlaten, zij het ook dat hun boot als zelfstandige kerk  verder door een stevig oecoumenisch touw met de kerken in Nederland verbonden blijft  In ordinantie 14 van de nieuwe kerkorde zal één en ander nader omschreven en geregeld worden. Waarschijnlijk zal zij zelfs verder stemhebbende afgevaardigden naar de generale synode sturen. Het ligt voor de hand, dat de Altreformierte Kirche ook een regeling zal maken, volgens welke o.a. afgevaardigden van de generale synode in Nederland als stemhebbende leden aan de synode van de Duitse kerk zullen deelnemen.

 

Verrast

Van welke aard zijn deze ontwikkelingen, die daartoe leiden? Ik noem hier vooral de steeds nauwer wordende relatie tot de Evangelisch-reformierte Kirche. In het jaar 1988, toen de Altreformierte Kirche haar 150-jarig jubileüm vierde, werd een gemeenschappelijke commissie gevormd, bestaande uit elk zes leden van beide kerken. Deze commissie, die nog steeds twee keer per jaar een werkvergadering houdt, bespreekt in nauw overleg met de synodes de te nemen stappen om tot steeds verder gaande samenwerking te komen. Deze ontwikkelt zich op verheugende wijze. Over en weer nemen afgevaardigen aan de synode van de zusterkerk deel. Kanselruil behoort meer en meer tot de normaliteit. Vindt een gemeente voor een kerkdienst geen predikant in eigen rij, wordt een collega van de andere kerk opgebeld.

Toen in 1988 deze commissie haar werk begon, werden wij meer dan verrast door een officiële verklaring van de zijde der Reformierte Kirche, van wie ons voorgeslacht zich sinds 1838 had afgescheiden. In deze verklaring lezen we b.v. het volgende: "De Reformierten kunnen het 150-jarig bestaan van de Altreformierte Kirche niet gedenken, zonder zich daarbij aan hun eigen schuld te herinneren. Zij hebben in die tijd niet kennis genomen van het protest van vele gemeenteleden  en hebben zich tegenover de verwijten van de zijde van vele ouderlingen niet open en boetvaardig opgesteld. In plaats daarvan hebben zij de critici uit de kerk buitengesloten en de groepen van hen, die serieus in een naar het Woord van God vernieuwde (= gereformeerde) kerk christenen wilden zijn, met macht bestreden...."

De Altreformierte synode heeft deze verklaring met ontroering ontvangen. Zij heeft daarop met een brief gereageerd. Daarin heeft zij op haar beurt haar eerbeid voor de moed en trouw van het voorgeslacht uitgedrukt; tegelijk echter zelfkritisch over haar eigen geschiedenis gesproken. "Herhaaldelijk hebben tweederangse vragen de discussie beïnvloed; zonder noodzaak is vaak de kloof tussen beide kerken verdiept; niet zelden werd de reformatorische onderscheiding tussen valse en ware kerk, zoals die zowel in lutherse als in gereformeerde confessies genoemd wordt,  bij wijze van kortsluiting toegepast op de verlaten moederkerk." Ook het fenomeen van zelfroem en  'Rechthaberei' bleef niet ongenoemd. Beide documenten zijn gepubliceerd en kunnen geraadpleegd worden. Het heeft ons verwonderd, dat de kerkelijke kranten in Nederland hieraan naar mijn weten stilzwijgend  voorbij zijn gegaan.

Alleen één doel hebben beide kerken vooralsnog niet voor ogen, namelijk dat van de hereniging. Zij zijn samen van mening dat zij, mits in goede verstandhouding en gemeenschap met elkaar, veel meer voor elkaar kunnen betekenen, wanneer ze het "volkskirchliche" en het eerder "freikirchliche" kerktype naast elkaar beleven. We willen elkaar dienen en van elkaar leren. Iemand zei ooit in dit verband: "Er kan best een tijd komen, waarin de volkskerk geen toekomst meer heeft. Dan kan een "Freikirche" altijd nog als model dienen."

Er zijn genadegaven, die God aan elke kerk op haar weg heeft toebedeeld, die bij een hereniging ondergesneeuwd kunnen raken. Of ook andersom gezegd: Er zijn bloemen, die in mijn tuin niet willen groeien. Laat me dan God danken, dat ze in de tuin van de buurman welig bloeien.

 

Taalbarriére

Tegenover deze verblijdende ontwikkeling in eigen land staat een steeds minder wordend besef van saamhorigheid met de Gereformeerde Kerken. Wat daar gebeurt en op de synodes behandeld wordt, raakt hen maar zeer ten dele. De taalbarrière is ook veel meer voelbaar dan vroeger. Op veel gebieden van inwendige zending en werelddiakonie zijn zij in eigen land met elan geëngageerd. Voor een antwoord op actuele vragen spitst men zijn oor eerder in richting van de Evangelische Kirche in Duitsland (EKD) dan van over de grens.

Aan de Nederlandse kant is dat niet veel anders. Er zijn maar weinigen, die de Altreformierte Kirche zo kennen,dat zij betrouwbare informatie over haar kunnen geven. Zo kon men nog onlangs in een gerenommeer­d informatieblad lezen dat de Altreformierte Kirche vooral uit Nederlanders bestond, die in Duitsland wonen. Niets is minder waar dan dat. Het is een Duitse kerk, ook al horen er ook, zoals overal in grensstreken, leden bij, die een Nederlands paspoort hebben.

Een laatste punt: De Altreformierte Kirche zou ook niet meer passen in de kerkelijke structuur van de toekomstige SOW-kerken. Alleen al de gedachte dat onze kerkelijke goederen in Utrecht zouden worden beheerd, is absurd en waarschijnlijk ook niet te rijmen met het in Duitsland geldende recht, hoewel deze vraag niet eens gesteld wordt. Overigens wordt het eigen kerkelijk beheer in de Duitse kerken  nooit (!) in verband gebracht met het zogenaamde recht, met het kerkverband te breken. Wel echter is het een uitvloeisel van eigen verantwoordelijkheid, volgens het principe van subsidiariteit; dat wil zeggen: De kerk als geheel moet zich alleen bemoeien met die dingen, die plaatselijk niet geregeld kunnen worden. Het uit handen geven van het eigen beheer zou afbraak doen aan de roeping, als gemeente op te komen voor alles, wat voor het functioneren van het gemeenteleven nodig is.

 Al met al zal de beeindiging van de huidige status binnen de Gereformeerde Kerken niet een afscheid betekenen, maar een blijvende verbondenheid onder nieuwe omstandigheden en in een daarbij aangepaste nieuwe vorm

                                                          H. Baarlink

 


Evangelisch-altreformierte Kirche (EAK) breekt met de GKN

Meer thuisgevoel bij Duitse moederkerk

De Gereformeerde Kerken in Nederland telt ook kerken buiten de landgrens. In 1923 sloten veertien kerken in Duitsland, zich (voorloopig) aan bij de Gereformeerde Kerken in Nederland. Nu de GKN Samen op Weg gaat, zullen deze kerken zich los maken uit dit Gereformeerde kerkverband. Maar dat is niet te wijten aan SoW, stelt Heinrich Baarlink.

Veertien gemeenten, acht in het Graafschap Bentheim, vijf in Oostfriesland en één in Wuppertal horen tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Het gaat  hier maar om een kleine groep gemeenten met bij elkaar ruim 7000 leden. Toch mag de invloed, die in het verleden van haar uitging, niet onderschat worden.

De kerk ontstond in 1838 uit een afscheiding van de Evangelisch- reformierte Kirche.

Al voordat de EAK zich in 1923 aansloot bij de GKN was er al een band tussen beide kerken. Zo werd in de 19de eeuw met ds Jan Bavinck, de vader van de bekende dogmaticus Herman Bavinck (eerst in Kampen, daarna aan de VU) in Nederland beroepen. . Hij was één van de eerste predikanten in de genoemde Duitse kerk. In de Christian Reformed Church in Amerika stamden omstreeks het jaar 1900 zelfs    30 % van alle predikanten uit de Altreformierte Kirche.

 

 Goed gedaan

De aansluiting bij de Gereformeerde Kerken in Nederland heeft de Altreformierte Kirche in het verleden goed gedaan. Het bewaarde haar voor een verdergaand isolement en hield haar betrokken bij de eigentijdse en wereldwijde vragen. Talrijke Nederlandse predikanten hebben in de loop der tijden deze kerk gediend. Aan het zendingswerk op Sumba nam zij reeds lang vóór deze aansluiting deel. Op de Generale Synode is zij steeds met eigen afgevaardigden aanwezig; nog niet zo lang geleden vergaderde de Generale Synode in Bentheim, en in 2003 wordt de Generale Synode in Emden gehouden.

De Altreformierte Kirche was en is ook nauw betrokken bij de beide theologische opleidingen in Kampen en in Amsterdam, waar sinds de eerste decennia van haar bestaan steeds ook studenten uit Duitsland werden opgeleid.



 

De band over de grenzen heen is ook intact gebleven in de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Een Nederlandse collega, kennelijk goed op de hoogte, liet zich een keer de opmerking ontvallen, dat het percentage NSB-ers in de Gereformeerde Kerken in Nederland groter geweest was dan dat van de nazi's in de Altreformierte Kirche. Ik denk dat hij gelijk had.

Je kunt deze kerk in Duitsland niet zonder meer en in elk opzicht met de kerken in Nederland gelijk stellen. Allerlei christelijke organisaties die tijdens de verzuiling in Nederland ontstonden, ontbraken in Duitsland. Wel steunden deze kerken instellingen op het terrein van diakonie en inwendige zending. Ook wat de school betreft, liggen de dingen geheel anders. Zo leerde  ik grote delen van de Heidelberger Katechismus en vele psalmen en gezangen op de Openbare Evangelische School.
 

Zijn deze kerken  nu behoudend of juist  vooruitstrevend?. Ik denk dat beide opgeld doen. Discussies over "het algemeen betwijfeld christelijk geloof", zoals die in Nederland tot vermoeiens toe en tot schade voor de kerk getracteerd worden, worden er niet gevoerd.  Zij houden de Heidelberger Katechismus als boek voor de katechese in eer en gebruiken onderdelen ervan gaarne in kerkdiensten, bij begrafenissen en andere gelegenheden. De liefde tot deze belijdenis der reformatie verbindt haar overigens met de andere kerken en theologen van gereformeerd/ hervormde confessie in Duitsland. Men weet wat men daaraan (te danken) heeft en hanteert hem met grote vanzelfsprekendheid als gereformeerde vertolking van de bijbelse boodschap en als inbreng in de oecoumene, zonder zich krampachtig zorgen te maken over tijdgebonden formuleringen of argumentaties. Enkele jaren geleden werd dan ook een, wat de taal betreft, modernere uitgave in gebruik genomen.


 

Blijvende band

Aan de lange gezamenlijke geschiedenis van de Altreformierte Kirche en de Gereformeerde Kerken in Nederland komt echter binnenkort een eind. De fusie van de Samen op Weg-kerken zal het moment zijn waarop de EAK uit het kerkverband van de GKN zal stappen.

Natuurlijk zal er een stevige band met de kerken in Nederland blijven. Zo worden er ook in de toekomst stemhebbende afgevaardigden naar de generale synoden gestuurd. En het ligt voor de hand, dat de Altreformierte Kirche ook een regeling zal maken, waardoor afgevaardigden van de generale synode in Nederland als stemhebbende leden aan de synode van de Duitse kerk zullen deelnemen. Maar ze zullen geen deel meer uitmaken van hetzelfde kerkverband.
 

 

Verrast

De breuk is niet te wijten aan het Samen op Weg-proces. Het zijn gunstige ontwikkelingen bij de Duitse kerken die een losmaking uit het GKN-verband mogelijk maakt. Zo is eer een steeds nauwer wordende relatie tot de Evangelisch-reformierte Kirche. In het jaar 1988, toen de Altreformierte Kirche haar 150-jarig jubileum vierde, werd een gemeenschappelijke commissie gevormd. Deze commissie bespreekt in nauw overleg met de synodes de te nemen stappen om tot steeds verder gaande samenwerking te komen. Die ontwikkelt zich op verheugende wijze. Over en weer nemen afgevaardigen aan de synode van de zusterkerk deel. Kanselruil komt ook steeds vaker voor.

 
 

Toen in 1988 deze commissie haar werk begon, werden wij meer dan verrast door een officiële verklaring van de zijde der Reformierte Kirche, van wie ons voorgeslacht zich sinds 1838 had afgescheiden. In de verklaring staat bijvoorbeeld:: "De Reformierten kunnen het 150-jarig bestaan van de Altreformierte Kirche niet gedenken, zonder zich daarbij aan hun eigen schuld te herinneren. Zij hebben in die tijd niet kennis genomen van het protest van vele gemeenteleden  en hebben zich tegenover de verwijten van de zijde van vele ouderlingen niet open en boetvaardig opgesteld. In plaats daarvan hebben zij de critici uit de kerk buitengesloten en de groepen van hen, die serieus in een naar het Woord van God vernieuwde (= gereformeerde) kerk christenen wilden zijn, met macht bestreden...."

De Altreformierte synode heeft deze verklaring met ontroering ontvangen. Zij heeft daarop met een brief gereageerd. Daarin heeft zij op haar beurt haar eerbeid voor de moed en trouw van het voorgeslacht uitgedrukt; tegelijk echter zelfkritisch over haar eigen geschiedenis gesproken.









Gek genoeg is in de kerkelijke kranten in Nederland hieraan, naar mijn weten stilzwijgend,  voorbij gegaan.

Ondanks de warme contacten die zijn opgebloeid, streven beide kerken vooralsnog niet naar hereniging. Zij zijn samen van mening dat zij, mits in goede verstandhouding en gemeenschap met elkaar, veel meer voor elkaar kunnen betekenen, wanneer ze het "volkskirchliche" en het eerder "freikirchliche" kerktype naast elkaar beleven. We willen elkaar dienen en van elkaar leren. Iemand zei ooit in dit verband: "Er kan best een tijd komen, waarin de volkskerk geen toekomst meer heeft. Dan kan een "Freikirche" altijd nog als model dienen."

Er zijn genadegaven, die God aan elke kerk op haar weg heeft toebedeeld, die bij een hereniging ondergesneeuwd kunnen raken.


 

Taalbarriére

Tegenover deze verblijdende ontwikkeling in eigen land staat een steeds minder wordend besef van saamhorigheid met de Gereformeerde Kerken. Wat daar gebeurt en op de synodes behandeld wordt, raakt hen maar zeer ten dele. De taalbarrière is ook veel meer voelbaar dan vroeger. Op veel gebieden van inwendige zending en werelddiakonie zijn zij in eigen land met elan geëngageerd. Voor een antwoord op actuele vragen spitst men zijn oor eerder in richting van de Evangelische Kirche in Duitsland (EKD) dan van over de grens. Aan de Nederlandse kant is dat niet veel anders.

 

 

 

 


 

 De Altreformierte Kirche zou ook niet meer passen in de kerkelijke structuur van de toekomstige SoW-kerken. Alleen al de gedachte dat onze kerkelijke goederen in Utrecht zouden worden beheerd, is absurd en waarschijnlijk ook niet te rijmen met het in Duitsland geldende recht, hoewel deze vraag niet eens gesteld wordt. Overigens wordt het eigen kerkelijk beheer in de Duitse kerken  nooit (!) in verband gebracht met het zogenaamde recht, met het kerkverband te breken. Wel echter is het een uitvloeisel van eigen verantwoordelijkheid, volgens het principe van subsidiariteit; dat wil zeggen: De kerk als geheel moet zich alleen bemoeien met die dingen, die plaatselijk niet geregeld kunnen worden. Het uit handen geven van het eigen beheer zou afbraak doen aan de roeping, als gemeente op te komen voor alles, wat voor het functioneren van het gemeenteleven nodig is.

 De beeindiging van de huidige status binnen de Gereformeerde Kerken zal geen afscheid betekenen, maar een blijvende verbondenheid onder nieuwe omstandigheden en in een daarbij aangepaste nieuwe vorm.                                                               Heinrich Baarlink

     

In het volgende nummer van Centraal Weekblad, 22. november 2002, pag. 10 staat een artiekel van Ds. Jan Willem Doff:

Synodepreses over CGB bijeenkomst
Afscheiden met verkeerde argumenten

Doff schreibt in der ersten Hälfte des Artikels gegen eine Versammlung des Confessioneel Gereformeerd Beraad vom 09.11.2002, wo Beschwerden gegen die vorgenommene Kirchenvereinigung geäußert wurden. Größtes Problem, so CW vom 15.11.02 sei die "abnehmende örtliche Selbständigkeit" der Gemeinden. Man befürchte, in eine "hierarchische" Kirche zu kommen. Doff weist auf einen Übergangstermin von mehreren Jahren und widerspricht den Beschwerdeführern. Im zweiten Teil des Artikels heißt es dann:

Niet breken

Het misverstand over de "hierarchische kerk" komt ook terug in de bijdrage van Heinrich Baarlink in hetzelfe nummer van Centraal Weekblad. In het artikel legt Baarlink uit waarom de Evangelisch-altreformierte Kirche (EAK), nu nog verbonden met de GKN, niet op een vergelijkbare wijze zal deelnemen in de beoogde Verenigde Kerk. In de kop van het artikel wordt dit verwoord als "breken met de GKN". Daarvan is echter geen sprake, zoals ook uit het artikel van Baarlink zelf blijkt. In goed overleg hebben de GKN en de EAK een adequate vormgeving van de voortgaande relatie besproken.

Dat die relatie niet onder alle omstandigheden op dezelfde wijze zou voortbestaan, was al duidelijk toen de EAK zich in 1923 voorlopig aansloot bij de GKN. Dat was op dat moment de beste oplossing, en het is voor beide kerken een zegen geweest. Nu de oecumenische situatie in Duitsland ingrijpend is veranderd, is het niet meer dan logisch dat de koers wordt aangepast.

De positie van de EAK binnen het kerkverband was altijd al een bijzondere. Enerzijds vormden deze Duitse gemeenten twee classes binnen de GKN. In zoverre hadden zij een gelijke plaats als andere gemeenten. Anderzijds heeft de eAK een eigen synode en een eigen kerkorde. (GJB: Keine eigene Kirchenordnung, wohl eine eigene Verfassung für die Legitimation gegenüber dem deutschen Staat.) Nu verschuift het accent: van "vooral deel van de GKN, maar toch ook met een zekere zelfstandigheid" naar "zelfstandige kerkgemeenschap, maar nauw verbonden met de SoW-kerken".

Toen de EAK enkele jaren geleden vroeg om nader overleg met het moderamen van de synode, werd dat overleg in de best denkbare sfeer gevoerd. Het leidde uiteindelijk tot de invoering in de Kerkorde (Ordinantie 14) van de mogelijkheid van "geassocieerde kerken en gemeenten". De EAK zal een geassocieerde kerk zijn. Feitelijk heeft juist deze discussie ertoe geleid dat straks ook andere kerkgemeenschappen een soortgelijke band met de toekomstige verenigde kerk zullen kennen. Die kerk zal daardoor beter kunnen inspelen op de uitdaging van een multiculturele samenleving. Dat hebben we mede aan de EAK te danken.

In het overleg met de EAK is de kwestie van het beheer als zodanig nooit een punt van discussie geweest. Van beheer van de plaatselijke kerkelijke goederen "in Utrecht" - zoals prof. Baarlink het zegt  - zal voor de gemeenten van de GKN geen sprake zijn, en dus al helemaal niet voor de gemeenten van de EAK. Zo kan ordinantie 11 - zoals die dezer dage nwordt vastgesteld door de triosynode - toch werkelijk niet gelezen worden! Wat dat betreft is een andere uitspraak van prof. Baarlink meer ter zake: "Overigens wordt het eigen kerkelijk beheer in de Duitse kerken nooit (!) in verband gebracht met het zogenaamde recht met het kerkverband te breken".

Ik mag hopen dat gereformeerde kerken die nu aarzelen over meegaan in de Verenigde kerk tot dezelfde slotsom zullen komen. Al was het maar, omdat er inhoudelijk geen aanleiding voor is.

Der Artikel schließt mit einem Absatz, dass auch nach einer Vereinigung der drei Kirchen Raum bleibe, das Gespräch fortzuführen über das Verhältnis der Ortsgemeinde zur Gesamtkirche.

Zurück zur homepage von Pastor Dr. Beuker