Groninger Kerkbode 20.10 und 27.10.2001
Ik heb dit artikel overgenomen van twee copien,
zonder de originele krant te zien.
In de footnoten aan het einde heb ik enkele verwijzingen
van mijn eigen hand opgenomen.
Zurück
zur homepage von Pastor Dr. Beuker
Zum 2. Artikel, weiter unten: Campen aan de overkant van de Eems
Artikel I,
Groninger Kerkbode 20.10.2001, pag. 11
Gereformeerden
in Duitsland
Als we onze
oostelijke landsgrens met Duitsland bij Nieuweschans passeren, zien we algauw
de afslag Bunde. De meeste kerkbodelezers zullen waarschijnlijk niet weten dat
Bunde een gereformeerde kerk heeft.[1] Kortgeleden nog ging de predikant van deze
gemeente voor in een dienst in Winschoten. Maar Bunde ist niet de enige plaats
in Duitsland met een kerk die deel uitmaakt van de Gereformeerde Kerken in
Nederland.
Het aangrenzende
gebied, Oostfriesland, telt namelijk vijf evangelisch altreformierte gemeenten.
Zo worden deze kerken daar aan de overkant van de grens genoemd.
Verder liggen er
nog acht van deze gemeenten in de graafschap Bentheim, het gebiet direct over
de grens bij Coevorden.
In 1923 kregen
deze kerken een voorlopige aansluiting bij de Gereformeerde Kerken in
Nederland. Deze band is sinds die tijd blijven bestaan.
De vraag is nu
hoe de evangelisch-altreformierte kerken zijn ontstaan en waarom ze zich
destijds aansloten bij den GKN.
Daar sprak men ooit Nederlands
Oostfriesland
en Emden
In het westelijk deel
van Oostfriesland en de stad Emden is het Nederlands tot omstreeks 1850 de
voertaal geweest. Nederland had ooit grote invloed in Emden.
Emden ontving
immers veel godsdienstige vluchtelingen in de Spaanse tijd en in deze stad werd
in 1571 een internationale synode gehouden die voor de latere ontwikkeling van
de calvinistische kerk in de Nederlanden van groot belang is geweest. Maar de
grote invloed van Nederland onstond echter nadat de stad Emden in 1595 zich
vrijmaakte van de graaf van Oostfriesland die vanaf die tijd in Aurich in
plaats van in Emden resideerde.
Emden richtte
zich toen met het westelijk deel van Oostfriesland op de Nederlanden waardoor
deze streek een Nederlandse cultuur kreeg. Binnen de invloedsfeer van Emden was
de kerk calvinistisch en werd het Nederlands de voertaal in de kerk en in het
onderwijs. Praktisch alle predikanten die hier destijds dominee werden hadden
in Groningen of in Utrecht gestudeerd.
Het was in die
tijd heel gewoon dat predikanten uit het Groningerland een beroep aannamen naar
een Oostfriese gemeente en andersom. In het tweede deel van de negentiende eeuw
verdween het Nederlands hier langzamerhand uit het kerkelijk spraakgebruik.
Graafschap
Bentheim
Ook in de graafschap
Bentheim was een sterk Nederlandse invloed en het Nederlands was daar ook de
taal van kerk en school. In 1588 had de graaf van Bentheim het Nederlands
protestantisme ingevoerd en gezorgd voor een predikantenopleiding in
Burgsteinfurt. Evenals in Nederland onderging de kerk in deze streken in de
negentiende eeuw de invloed van het rationalisme en het liberalisme.
Predikanten van de Groninger Richting, die moraliserend preekten en de zonde
beschouwden als een zedelijk gebrek en de verzoening door Christus van de hand
wezen, brachten onrust bij een deel van het kerkvolk. Deze ontwikkelingen
leidden hier, evenals in Nederland, tot een afscheiding van de landskerk.[2]
Afscheiding
Catechisaties
en oefenaars
In het
Groningerland werden in de achtiende eeuw, naast de officiёle
kerkdiensten, bijeenkomsten georganiseerd door mensen die een sterke behoefte
gevoelden om over hun peersoonlijk geloof te praten. Leiders van deze groepen
waren vaak de mensen die ook een taak hadden bij de catechisaties. De catechisaties
werden toendertijd belegd na de namiddagdienst. Deze catechisaties hadden de
vorm van een kerkdienst, waarin gezongen, gebeden, gecollecteerd en uitleg werd
gegeven over een zondagsdeel van de Heidelbergse catechismus. In die
catechisaties waren leden van de gemeente aanwezig die allerlei vragen stelden
en discussies voerden. Deze mensen hadden doorgaans een ruime bijbelkennis en
een deel van hen was leider van bijeenkomsten, zoals bovengenoemd.
Sommigen van hen
traden op als oefenaar (lekenpreker) met of zonder toestemming van de
gevestigde kerk. In de dagen van de afscheiding, toen de ontevredenheid over de
officiёle kerkdiensten toenam, organiseerden deze groepen ontevredenen
bijeenkomsten waarin zo’n oefenaar voorging. Dit was ook het geval in Oostfriesland
en in Bentheim.
Uelsen en
Bentheim
In de graafschap
trokken H.H. Schoemaker en A. Diek in Uelsen en omgeving tal van toehoorders.
Met de volgelingen van deze mannen stichtte ds. A. van Raalte in 1838 een
altreformierte gemeente.
Ook onder leiding
van de houthandelaar en kuiper J.B. Sundag te Gildehaus ontstond een
geestelijke opwekking. Na enige tijd als oefenaar actief te zijn geweest, ging
hij naar Groningen voor een theologische opleiding bij Ds. Hendrik de Cock. In
1840 stichtte Hendrik de Cock de altreformierte gemeente Gildehaus-Bentheim met
J.B. Sundag als voorganger.[3]
Bunde
In Bunde kregen
de bijeenkomsten onder de leiding van de boerenknecht-oefenaar F.M. Penning een
steeds regelmatiger vorm. De overheden verboden deze bijeenkomsten maar konden
ze uiteindelijk niet tegenhouden.
In 1858 werd de
altreformierte gemeente van Bunde met hulp vanuit het Bentheimse gesticht. De
eerste predikant werd ds. F.M. Penning die intussen in Nederland zijn
theologische opleiding had genoten.[4]
Emden,
Ihrhove, Neermoor
De gemeente van
Emden werd in 1856 gesticht als een ‘Kruisgemeente’. Kruisgezinden weigerden om
erkenning van de overheid te vragen en namen daarom ‘het kruis vrijwillig op
zich’. Maar het kruisgemeente zijn bracht zoveel moeilijkheden dat de gemeente
besloot om een altreformierte gemeente te stichten. Dit vond plaats in 1861.[5]
In diezelfe tijd ontstonden ook de gemeente van Ihrhove en Neermoor.
Campen
De altreformierte
gemeente van Campen, aan de westkant van Emden heeft een bijzondere ontstaansgeschiedenis.
In Campen ontstond reeds vroeg een beweging tegen de ontwikkelingen binnen de
kerk, die steun vond bij de dominee van het nabijgelegen Rysum zoodat een
afscheiding voorlopig uitbleef.
Het middelpunt
van deze groep was Heye Gossen Heikens, boer te Campen.[6]
Hij preekte in 1848 op een middag voor deze groep. De preek die hij hield over
1 Petrus 4 : 18 liet hij op verzoek van zijn vrienden in druk verschijnen. Deze
daad leidde tot een conflict met de plaatselijke predikant. In 1854 werd hier
een gemeente gesticht met Heikens als voorganger.[7]
Deze gemeente
sloot zich niet aan bij de Altreformierten en bleef geheel op zichzelf staan
tot de dood van Heikens in 1884. In 1901 kreeg deze gemeente haar eerste
predikant en in 1905 verrees het huidige kerkgebouw.
Samenwerking met andere kerken
Sinds de tweede
wereldoorlog is er een groeiende samenwerking met de Reformierten.
Hieruit groeiden
gezamelijke diensten en kerkenraadsvergaderingen en ontwikkelde zich
samenwerking op het terrein van diaconie en evangelisatie.
Het ligt echter
niet in de bedoeling om te gaan samensmelten zoals dat in Nederland binnen het
sow-proces het geval is.
Evangelisch-altreformierten en Gereformeerden
In 1908 besloten
de Gereformeerde Kerken en de Altreformierten (nu de Evangelisch-altreformierten
genoemd) samenwerking op het gebied van de zending.
In 1923 kwam het
tot een nauwere samenwerking toen de Altreformierten een voorlopige aansluiting
vroegen bij de Gereformeerde Kerken. Zo`n aansluiting lag voor de hand omdat
deze gemeenten Nederlands georiёnteerd bleven. De Gereformeerden stonden
deze zusterkerken op Duits grondgebiet het recht toe van een particuliere
synode en de kerken organiseerden zich in de classes Oostfriesland en Bentheim.
Deze band bestaat
nog steeds en het merendeel van de dienstdoende predikanten genoot zijn
opleiding in Nederland. Op dit moment kunnen theologiestudenten echter ook in
Duitsland studeren, als gevolg van de samenwerking met de reformierte kerken.[8].
De EAK sturen
drie afgevaardigden naar elke vergadering van onze Generale Synode en hun
gemeenten staan vermeld in het jaarboek van de GKN.
Gemeenteleven
Om een indruk te
krijgen van het gemeenteleven in deze kerken hebben we een ontmoeting gehad met
leden van de evangelisch-altreformierte gemeente in Campen. Het verslag van dit
gesprek kunt u de komende week in de kerkbode lezen.
J.F. Oldenhuis, Baflo.
Evangelisch-altreformierte
Kirche in Niedersachsen
Gemeenten leden leden
2001 2000
Bad Bentheim 710 718
Emlichheim 1565 1562
Hoogstede 353 354
Laar 275 286
Nordhorn 1058 1052
Uelsen 696 697
Veldhausen 821 828
Wilsum 373 373
Bunde 406 399
Campen 239 230
Emden 136 132
Ihrhove 191 191
Neermoor 70 69
Artikel II,
Groninger Kerkbode 27.10.2001, pag. 12
Het dorp
Campen
Aan de overkant
van de Eems, ongeveer tegenover het Groningse dorp Spijk ligt het Duitse
Campen. Campen is ook een wierdedorp in en ronde vorm, met smalle straten en
paadjes die naar het hoogste punt van het dorp lopen. De omringende zware
kleigrond met zijn weiden en akkers lijkt veel op het noord Groningerland. Wie
denkt dat deze streek niets te bieden heeft vergist zich deerlijk. De oude
dorpskerk[9]
van Campen is beroemd om haar prachtige gewelfschilderingen, Loquard, twee
kilometer zuidelijker heeft een indrukwekkend altaarstuk en in Rysum staat één
van de oudste orgels van Duitsland. Maar het ging ons toen niet om deze
kerkelijke kunstschatten maar om de gemeente van de Evangelisch-altreformierte
Kirche.[10]
Aan de noordkant
van het dorp, nog net op de rand van de wierde steekt fier het kleine, maar
fraai in het dorpsbeeld passende kerkgebouw boven de bebouwing uit.
De kerkdienst
Het is lange
tocht naar Campen op de mistige zondagmorgen van 23 september (2001). Maar als
we aankomen zijn we nog te vroeg voor de kerkdienst. We nemen de gelegenheid te
baat voor een ommetje door het dorp. Mensen groeten met een vriendelijk ‘Mojn’[11]
en kijken tegelijk vragend: ‘Wat komen jullie hier eigenlijk doen’?
In de kerk zitten
ongeveer zeventig mensen als de dienst begint. Die zeventig weten echter wat
zingen is. Ze zingen, onder bekwame orgelbegeleiding, enthousiast en vol
overgave prachtige liederen uit het “Evangelisches Gesangbuch”[12].
Eén van de
vrouwelijke ouderlingen doet de
bijbellezing en naar aanleiding van deze lezing neemt Ds. G. Schrader ons mee
naar het tolhuis van Matthёus. Hij laat ons zien hoe een kille
belastinginner ontdekt wat leven is en verandert in een volgeling van Jezus.
Vanuit deze geschiedenis toont hij de ruimte van Gods genade en de zegen van
het gehoorzaam volgen van onze Heiland.
Met genoegen
luisteren we naar deze welbespraakte voorganger die in beeldende taal de
aandacht weet vast te houden.
De afkondigingen
aan het eind van de dienst laten zien hoe actief deze gemeente is. Hiervan
blijven twee vermeldingen in mijn gedachten hangen. Er blijkt hier een
‘Gitarrenchor’ te zijn en er worden goederen ingezameld voor Roemeniё.
Welkom
Buiten het
kerkgebouw staan de mensen druk pratend bij elkaar. Mijn vrouw en vriendin
worden aangesproken door een Nederlands sprekende dame in ik neem de
gelegenheid te baat om een foto te maken.
De dominee heeft
me bij de uitgang gezegd dat het gesprek met de gemeenteleden plaats zal hebben
in het ‘Gemeindehaus’ naast de pastorie. Een vriendelijke man nodigt ons mee te
komen naar dat gebouw. In de zaal geurt de koffie en op de tafels staan de
Kuchen al klaar terwijl de koffiemelk en de slagroom worden aangedragen. We
zijn welkom, het lijkt bijna een feest.
Gesprekspartners
Rondom de tafel
zitten onze gastvrouwen en gastheren.
Anitha Bleeker
draagt met vijf anderen de zorg voor de ‘Kindergottesdienst’ en ze leidt het
‘Gitarrenchor’. Zij is geboren en getogen in Campen. Haar man, Dirk Bleeker is
kerkenraadslid.
Mevrouw Van der
Zwaag is een alleenstaande vrouw met één dochter. Ze is opgegroeid binnen de
Evangelisch-altreformierte Kirche in de graafschap Bentheim en heeft later in
verschillende steden in Duitsland gewoond. Sinds seven jaar is ze lid van de
gemeente in Campen.
Het echtpaar
Meulenberg komt uit Zeeland en heeft bijna 29 jaar geleden een boerderij
betrokken in Engerhafe, ruim veertig kilometer van Campen.
Rinker en Anneke
Reijenga hebben twintig jaar geleden Friesland verlaten en zijn gaan boeren in
Uttum een kilometer of zeventien ten noorden van Campen. Rinker is
kerkenraadslid geweest en Anneke is organiste en lid van het koor.
Met vreugde
Wat is de
grootste vreugde die u in deze gemeente beleeft?
Op die vraag valt
er even een stilte, maar dan komen de tongen los. ‘Om een kind van de Heer te
worden heb je een gemeente nodig. Je moet je geloof met elkaar in de gemeente
beleven. Dat doen we hier in Campen in mooie maar ook in minder aangename
omstandigheden. Zo kunnen we met elkaar voort’!
Sommige
Nederlanders hebben destijds na enig zoeken hun gemeente in Campen gevonden.
Waarschijnlijk het meest omdat ze daar oud-landgenoten troffen. Dat blijft
trekken.
Maar dat geldt
niet alleen voor de Nederlanders. Ook mevrouw Van der Zwaag, geboren en
opgegroeid in de graafschap Bentheim, heeft hier een goede gemeente gevonden
nadat ze op verschillende plaatsen in Duitsland had gewoond.
Het jaarlijkse
huisbezoek acht men van groot belang voor de geloofsbeleving. Want tijdens het
huisbezoek verdwijnt de oppervlakkigheid en wordt diepgaand over persoonlijk
geloof gesproken. Een ander betitelt de huisbezoeken als een band die de
gemeente bij elkaar houdt.
Verder zijn er
huiskringen met bijbelbesprekingen die tegelijkertijd ook als een gezellig
samenzijn functioneren.
Er zijn in Campen
actieve leden die er een lange rit voor over hebben om naar de kerk te gaan en
om door de week ook nog eens voor de kerkelijke activiteiten dezelfde tocht te
maken. Eén verzucht: ‘Maar we hebben ook wel eens een inzinking gehad’!
Het mooie in deze
gemeente is dat de jeugd naar de kerk komt. Dat is in de andere kerken, bij de
Reformierten en de Lutheranen nauwelijks meer het geval.
Met de predikant
prijst de gemeente zich gelukkig; van hem schijnt een sterke stimulerende
invloed uit te gaan.[13]
De Kinderkerk
Anitha Bleeker
vertelt van de ‘Kindergottesdienst`.
In deze
kinderkerk, die tijdens de kerkdienst wordt gehouden ‘proberen wij het woord
van God dicht bij de kinderen te brengen’. Het team bestaat uit 6 personen en
het maakt zo goed mogelijk gebruik van de prachtige hulpmiddelen die er
tegenwoordig te krijgen zijn. Je moet er vandaag de dag op bedacht zijn dat de
kinderen genoegen aan de kinderkerk beleven. Daarom moet je de kinderen in hun
eigen leefwereld benaderen en het gebruik van de kinderbijbel is daarbij heel
belangrijk. Verder leren de kinderen er liedjes en kunnen ze knutselen.
De kinderkerk
vervult een belangrijke taak omdat Duitsland geen christelijk onderwijs heeft
zoals wij dat in Nederland kennen.
Het Gitarrenchor
Anitha Bleeker
leidt het ‘Gitarrenkoor’. In dit muziekgezelschap wordt gitaar gespeeld en
gezongen. Gezongen worden overwegend christelijke liederen. Eenderde van de
leden speelt gitaar en de rest zingt.
De groep treedt
op in kerkdiensten, op bruiloften en op allerlei feestjes en gelegenheden waar
ze gevraagd wordt. Volgens mevrouw Bleeker: ‘Eine ganz bunte Truppe’. De
jongste is een jaar of negentien en de oudste zeventig.
De toekomst
In de toekomst
zullen de Evangelisch-altreformierten leden gaan verliezen, zo wordt in Campen
gezegt. Naar verwachting trekken er jongeren weg, naar andere streken in
Duitsland, waar de EAK geen gemeenten heeft. Ook zijn er jongeren die partners
uit andere kerken kiezen en zich dan veelal bij Reformierten of Lutheranen
aansluiten. ‘Het is in elk geval van belang dat ze lid blijven van een
gemeente’! Dat benadrukt mevrouw van der Zwaag ook.
Ze heeft op
verschillende plaatsen in Duitsland korte tijd gewoond, naar haar gevoelen te
kort om zich aan een plaatselijke gemeente te geven. Achteraf zegt ze dat een
gelovig mens niet zonder een gemeente kan.
Dit houdt in dat
de EAK op deze wijze leden zal verliezen. Maar een verdrietiger verlies wordt
veroorzaakt door de structurele veranderingen in de samenleving die zich hier
ook doen gelden. Zozijn er leden die aan de rand van de gemeente leven en de
kerkdiensten nauwelijks meer bezoeken.
Band met de Gereformeerde Kerken in Nederland
De band met de
Gereformeerde (SOW) Kerken in Nederland is er. Maar deze wordt hier in Campen
eigenlijk niet gevoeld. Over het algemeen vindt men dat er in de Nederlanse
kerken veel veranderd is, te veel om je er nog in te herkennen. In een
voorgesprek merkte de dominee al op dat je deze gemeenten het beste kunt
vergelijken met de Christelijke Gereformeerden in Nederland. In dit gesprek
blijkt deze typering juist te zijn.
Indruk
Het gesprek met
de leden van deze gemeente heeft indruk op ons gemaakt. Deze kleine gemeente
met haar ruim 200 zielen doet haar uiterste best om staande te blijven.
Ze wordt
financieel gesteund door de grotere gemeenten binnen de
Evangelisch-altreformierte Kirche, maar desondanks moet er veel worden
opgebracht. Het onderhoudt van de gebouwen is kostbaar en de afdrachten aan het
kerkverband zijn hoog. ‘Maar het geld komt er altijd’, zeggen de Campenaren.
We voelden aan
onze gesprekspartners hoeveel ze van hun gemeente houden en hoeveel het
gemeenteleven hun te zeggen heeft. Dat enthousiasme, die warmte voel je als je er
bent. Daarom was het voor ons een genoegen om een zondagmorgen in Campen aan de
overkant van de Eems te zijn. Buiten ’s lands, dichtbij en toch zo anders.
J.F. Oldenhuis, Baflo
Fotos:
Het bordje bij de
deur meldt de middagdienst om 14.00 uur.
Maar de tweede
dienst is eens in de twee weken om 19.00 uur.
Het kerkgebouw
van de Evangelisch-altreformierte Gemeinde in Campen.
De ontmoeting met
de Campenaren was een plezierig en gezellig samenzijn.
I Artikel I:
Kaart van Oostfriesland met de plaatsen, waar de altreformierte kerken te
vinden zijn.
[1] Gereformeerd (synodal) is in Duitsland:
Evangelisch-altreformierte Kirche. Het Duits heeft maar een woord voor
„gereformeerd“ en „hervormd“. Hervormd is „reformiert“, „gereformeerd“ is
„altreformiert“.
[2] De eerste altreformierte gemeente in
Duitsland, Uelsen, werdt op 01.01.1838 in Itterbeck geinstitueerd door Ds.
Albertus van Raalte. De “landskerk” was in die tijd de zelfstandige Reformierte
Kirche van het Graafschap Bentheim. Pas in 1882 kwam er een vooral door een
verbinding tussen Reformierten in het Graafschap Bentheim en in Oostfriesland,
een Reformierte Kirche im Königreich Hannover.
[3] Jan Berend Sundag (1819-1893) bleef levenslang aan deze gemeente verbonden. Pas in 1848 konden hij voor het zuidelijke graafschap en Jan Bavinck voor het noordelijke gedeelte als predikanten worden ingezet. Voor die tijd was dat vanwege de overheid onmogelijk.
[4]
F.M. Penning, geb. 1818, predikant in Waardhuizen 1851, Landsmeer en
Nieuwendam 1861, Bunde 1862, overleden 1869.
[5]
Buitenlandse predikanten b.v. werden het land uit gezet. Een deel van de
gemeente ging in 1861 verder als kruisgemeente en ging later over tot het
baptisme. Het andere deel sloot zich aan bij de Altreformierten.
[6] Een
achterachterkleinzoon van hem is heden predikant te Emlichheim, Ds. Habbo
Heikens (* 1950).
[7] Heikens zelf stichte deze gemeente, er
waren geen mensen van buitenaf bij betrokken.
[8] Sinds 1988 is de officiёle naam:
Evangelisch-reformierte Kirche (Synode evangelisch-reformierter Kirchen in
Bayern und Nordwestdeutschland). Deze kerk telt bijnaa 200.000 leden, de
geheele EAK telt rond 7.000 zielen.
[9] De Evangelisch-reformierte Kirche (=
hervormd).
[10] Officiёl:
Evangelisch-altreformierte Kirche in Niedersachsen.
[11] „Mojn“ is de eenige groet voor de hele
dag, zelfs `s avonds laat is het nog altijd: Mojn.
[12] Evangelisches Gesangbuch. Ausgabe für die
Evangelisch-reformierte Kirche (Synode evangelisch-reformierter Kirchen in Bayern
und Nordwestdeutschland), die Evangelisch-altreformierte Kirche in
Niedersachsen, in Gemeinschaft mit der Evangelischen Kirche im Rheinland, der
Evangelischen Kirche von Westfalen, der Lippischen Landeskirche, in Gebrauch
auch in Gemeinden des Bundes evangelisch-reformierter Kirchen in der
Bundesrepublik Deutschland.
[13] Ds. Gerhard Schrader, (*1959) is sinds 1986 predikant in Campen.